Publicaties‎ > ‎

Willem Breuker Kollektief

Willem Breuker Kollektief, Bimhuis Amsterdam, 29 december 2012

Afscheid nemen is een serieuze zaak. Vanavond tref je nauwelijks leukigheden of gekkigheden bij het Willem Breuker Kollektief in het Bimhuis. Geen flauwekul, gewoon spelen, goed spelen, heel goed. De grappen komen van actrice Loes Luca, die een gastoptreden van versiering voorziet met smeuïge anekdotes over haar goede vriend Breuker. Zij zingt ook nummers uit de opera Marie Galante  van Kurt Weill en verderop een deel van Rossini's Figaro, de enige werken die vanavond niet van de naamgever van de band afkomstig zijn.

Sinds Breuker twee jaar geleden overleed, zijn er geen nieuwe stukken meer toegevoegd aan het repertoire van het orkest. Als de leden zelf composities gingen leveren, zou het collectief te veel afdrijven van zijn oorsprong. Daarom stopt de band nu. Het was allemaal al besproken met de bandleider zelf. Vanavond in het Bimhuis is het laatste complete optreden, daarna kan het Willem Breuker Kollektief nog eenmaal schitteren tijdens een set met oud en nieuw, ook in het Bimhuis. Eerder was er al een tournee door de Verenigde Staten en een theatertour door Nederland met Luca en acteur Peter Bolhuis.

In de klassieke muziek is er een strikte scheiding tussen solisten en orkestleden. In de jazz loopt dat allemaal door elkaar. Groepsleden kunnen uitstekend uit de voeten op de voorgrond en solisten gedijen prima in een kudde. Zo kan een collectief bestaan uit elf solisten, die allemaal aan bod komen in het volle licht. Hier geen plaats voor grote ego's, maar je ondertussen wel durven en willen profileren. Schouderklopjes van collega's zijn hun deel.
Vooral in de solo's wordt er volop geïmproviseerd, de gezamenlijke partijen worden van blad en lessenaar gelezen. Hermine Deurloo is het enige vrouwelijke bandlid. Dat geeft privileges, zij mag twee keer excelleren, op mondharmonica en altsaxofoon.

Het concert biedt een mooi beeld van het omvangrijke oeuvre van Breuker. Alle ingrediënten zijn er. Zo klinkt de fanfare, is er filmmuziek met versnellingen en crescendo's, hoor je swing gevolgd door freejazz en kan marsmuziek niet ontbreken. Het theatrale aspect wordt aan Luca overgelaten. Natuurlijk kun je beweren dat de muziek bij vlagen gedateerd klinkt, maar de compositorische kwaliteiten en het geleverde spel blijven prima overeind. Breuker was niet in de jaren zeventig blijven steken, maar heeft zich steeds vernieuwd. Daar heeft het publiek wel waardering voor. Na drie keer te zijn gaan staan en meerdere toegiften, rest de toeschouwers  nog het geroezemoes. Het is mooi geweest.