Publicaties‎ > ‎

Wilbert de Joode

Interview Wilbert de Joode, contrabassist, improvisator, winnaar van de Buma Boy Edgarprijs 2016, 7 juni 2016

"Ik vind het lastig om complimenten in ontvangst te nemen." Dat wordt nog een punt de komende tijd, want hij zal overladen worden met loftuitingen. Gisteren (24 juni) werd bekend dat contrabassist en improvisator Wilbert de Joode de nieuwe winnaar is van de Buma Boy Edgarprijs, het belangrijkste eerbewijs in Nederland voor jazz en geïmproviseerde muziek.

In alle bescheidenheid zegt De Joode dat het niet om hem gaat, maar om de ontwikkeling van de muziek. "Muzikant zijn is voor mij zo vanzelfsprekend, dat ik het moeilijk vind om te accepteren dat ik daarvoor speciaal word beloond. Ik beschouw de prijs daarom vooral als een waardering voor de improvisatiekunst. Als musicus in de Amsterdamse improscene lever ik daaraan mijn bijdrage, dat wel. Ik vind het een eer dat ik in het juryrapport vergeleken word met Boy Edgar, die als jazzmusicus tot ver in de vorige eeuw op compromisloze, onconventionele wijze bruggen bouwde tussen generaties en musici met verschillende achtergronden en als zodanig een lijmende factor was. De jury ziet dat bij mij terug en dat vind ik mooi om te accepteren. Improvisatie is niet de populairste jazzvorm in deze tijden van marketing en snel geld en toch bereiken we veel jonge mensen die tegen de tijdgeest in willen gaan. Zelf werk ik ook met opkomende talenten als Onno Govaert en Jasper Stadhouders."

"Nederland neemt in de wereld een bijzondere positie in met zijn traditie van geïmproviseerde muziek, met pioniers als Misha Mengelberg en Willem Breuker. Misha's idee van instant composing is typisch Nederlands. De kunst van het ter plekke op het podium collectief componeren  hebben wij verfijnd. Dat zit hem bijvoorbeeld in het kunnen herkennen en gebruiken van mogelijke herhalingen, stiltes en omslagpunten in de muziek."

"We kunnen spelen met nul afspraken, dus zonder een toonsoort of ritme te bepalen. Je begint te spelen, en iedereen begint te spelen. Het begin is vaak voorzichtig en aftastend. Er ontstaat muziek, waarbij mogelijkheden en beslissingsmomenten zich als vanzelf aandienen. Op het podium is er bij de musici een groot bewustzijn: van elkaar, van elkaars mogelijkheden, de noodzaak om te variëren en van een mogelijke afsluiting. Het is een gemeenschappelijk gebeuren, gelijkwaardigheid in de inbreng is essentieel. Je moet je concentreren op de totaalklank in de ruimte, met eenzelfde afstand tot iedereen. Het publiek is de extra muzikant. De energie en reacties in de zaal zijn medebepalend voor het proces op het podium."

"Er zijn een paar factoren van doorslaggevend belang bij het improviserend muziek maken. Om te beginnen is het hebben van vertrouwen essentieel, in jezelf en in elkaar. Intuïtie is onmisbaar. Daarbij mag je geen verwachtingen wekken of koesteren, want daarmee zou je je collega's inperken en jezelf afhankelijk maken. Je weet niet wat er gaat komen. Je kan niet zomaar iets doen, want wat je doet moet muzikale inhoud hebben." De Joode haalt nu zijn contrabas erbij om het een en ander te demonstreren. Hij speelt korte motieven uit het niets, zeer pakkend en inderdaad muzikaal. In de loop van het gesprek zal hij verschillende keren zijn instrument oppakken om zijn woorden kracht bij te zetten. Als het bijvoorbeeld gaat over bijzondere technieken, zet hij zijn vingers achter de kam van de bas.

"Het verhaal vertelt zichzelf, de muziek bepaalt wat er gebeurt. Wat ik inbreng moet in zichzelf overeind blijven en als ik iets overneem, moet ik het me toe-eigenen. Anderen kunnen zich daaromheen weven. Daarbij mag je niet afhankelijk zijn van elkaar. Achteroverleunen is ook niet erg zinvol, de concentratie is altijd volkomen. In een oogwenk moet je keuzes kunnen maken. Bij het spelen zijn we volstrekt in het moment, het hier en nu is de enige waarheid." 

"Improvisatie vereist sterke persoonlijkheden, maar grote ego's zijn uit den boze. Een nieuwsgierige geest daarentegen is noodzakelijk en in het verlengde daarvan ligt het nemen van risico's. Dat geldt voor alle musici in gelijke mate, allen kunnen tegelijkertijd solist en begeleider zijn. Samen met deze gelijkgestemde geesten komen we tot iets unieks, dat er niet eerder was en er ook nooit meer zal zijn. Het uitgangspunt is niet een of ander kant-en-klaarproduct maar een ontwikkeling en een proces, waarvan het publiek deelgenoot is. Dat is voor mij een prachtige vervulling van het leven."