Publicaties‎ > ‎

Warped Dreamer

Warped Dreamer, Bimhuis Amsterdam, 9 juni 2016

Geregeld gonst het in de jazzwereld. Dat betrof vorig jaar vooral saxofonist Kamasi Washington met zijn monumentale The epic en zangeres Cecile McLorin Salvant met haar verpletterende For one to love. Daaraan voorafgaand zongen de namen rond van Snarky Puppy, Gregory Porter en Ibrahim Maalouf. Momenteel is er de nieuwe band Warped Dreamer, met prominente namen uit de Belgische en Noorse muziekscenes. Er wordt hier en daar zelfs gesproken over een supergroep. Onzin natuurlijk, want verschillende grootheden die in één band bijeenkomen is in de jazz geen uitzondering.

Wie zijn dan wel die belangrijke artiesten die de handen ineen hebben geslagen? Dat zijn Arve Henriksen, Stian Westerhus, Jozef Dumoulin en Teun Verbruggen. Trompettist Henriksen staat bekend om zijn hese geluid en maakte als jazzspeler uitstapjes met de band Motorpsycho en met David Silvian. Gitarist Westerhus is mogelijk nog experimenteler ingesteld, gezien zijn bijdrage aan Jagga Jazzist en zijn samenwerking met stemkunstenaar Sidsel Endresen. Uit België komt toetsenist Dumoulin, die geldt als dé specialist op Fender Rhodes en zelfs een heel album volspeelde op dit elektrische instrument. Verbruggen ten slotte, is een van de meest gevraagde slagwerkers, die in talloze formaties speelde en in Nederland vooral bekend is van zijn werk met pianist Jef Neve. Allen gebruiken elektronica naast of binnen hun instrumenten.

Misschien zijn dit niet de bekendste namen, maar dat kan nog komen, daar leek gisteren in het Bimhuis alle reden toe. Zelden klonk vrije improvisatie zo vol elektronica met een trukendoos gevuld met verrassingen en onvoorspelbaarheden. De conventionele instrumenten drums en trompet waren ankerpunten, voor het overige was niet altijd duidelijk wat de individuele inbreng was, met alle klankeffecten. Henriksen vulde de hele ruimte met zijn galmende trompet, maar de gitaar van Westerhus was als zodanig niet altijd herkenbaar. Hij hanteerde de strijkstok, wat stukken beter klonk dan toen Jimmy Page hier in de vroege jaren zeventig mee experimenteerde. Wat Dumoulin op conventionele Rhodestoetsen presteerde was nog maar een fractie van zijn arsenaal aan mogelijkheden. Ook slagwerker Verbruggen zat herhaaldelijk aan knopjes te draaien. Het leek alsof het viertal alleen maar bezig was met laptops, knoppen en pedalen, maar ze luisterden verdomd goed naar elkaar, dat bleek wel uit de manier waarop ze op elkaar reageerden. 

Na een zoekend begin werden er verwachtingen gewekt, die met tergende vertraging werden ingelost, na enige tijd in de lucht te hebben gehangen. Een ontketening kan niet uitblijven, aangezet door Westerhus en in een fractie gevolgd door Verbruggen. Sensationele geluiden ontstaan uit het niets en lossen op in het niets. Er woeden stormen, het piept en het knarst, waarna de band de sound weer opbouwt vanaf verstilde fundamenten. En wat klinkt Henriksens instrument dan spiritueel na de loutering, en wat  bereikt zijn ijle falsetzang een haast onwerkelijke sacraliteit. Betoverend is het duet van gestreken gitaar en trompet. Het gaat in klankgolven op en neer, zoveel is zeker. In één lange set overrompelt de band het Bimhuis volkomen. Inderdaad (nog) niet de bekendste namen, want dit legendarische concert was voor de happy few.