Publicaties‎ > ‎

Vloeimans, Weber en Brinkmann

Vloeimans, Weber en Brinkmann, Orgelpark Amsterdam,
24 september 2011


Ondanks alle bezuinigingen kent Nederland vooralsnog een bloeiende jazzscene waarvan een aantal vertegenwoordigers gerust tot de internationale top gerekend mag worden. Trompettist Eric Vloeimans is er zo een, hij is een gevierd man en kan weinig fout doen bij de mensen. Zaterdagavond bespeelde hij het Orgelpark met toetsenist Florian Weber en Jörg Brinkmann op cello.

Vloeimans en Weber stonden eerder ook op deze locatie, toen nog gezamenlijk, met een vooral meditatief optreden. Van het duo kwam deze maand de cd Live at the Concertgebouw  uit, waarvan ze nu veel werk spelen, vooral composities van de trompettist. Met de inbreng van gastspeler Brinkmann wordt een klankkleur toegevoegd, die de stemmigheid van de twee onderstreept, maar ook verrassende ritmiek inbrengt.

Saxofonist Benjamin Herman herken je aan zijn strakke pakken, gitarist Anton Goudsmit zie je steevast vergezeld van zijn gitaarband met panterprint en Vloeimans kleedt zich altijd kleurrijk, vooral in roze, paars en rood. Alleen, een jazzmuzikant onderscheidt zich niet zozeer door zijn uiterlijk, maar toch vooral door zijn eigen geluid. Dat van de trompettist is vaak gevoileerd, met veel wilde lucht. Hij klinkt daarbij delicaat, maar beslist niet onzeker of breekbaar. De eerste noot van het optreden is, hoe voorzichtig ook ingezet, direct trefzeker. Elders klinkt hij helder en krachtig met doordringende uithalen. Hoe zijn geluid ook is, essentieel is dat hij zijn gevoelens en stemmingen er uitstekend mee kan weergeven.

Overigens mag je Vloeimans niet een jazzmuzikant noemen. Hij maakt muziek en speelt trompet, dat is het. Met zijn holistische levensvisie beschouwt hij muziek als een samenhangend geheel en niet als een variëteit aan stijlen. Toch heeft hij wel degelijk de instelling van een jazzmuzikant, met grote vrijheid in zijn spel en juist ook dat grensoverschrijdende. Niettemin zijn er vanavond diverse stijlen te herkennen als blues en tango, en is een nummer op een Portugees volksliedje gebaseerd.

In de wat wollige, maar genadige akoestiek van het Orgelpark klinken de drie vaak als een kamermuziekensemble, maar als Weber vol inzet op het orgel, kan de muziek monumentaal worden. Het zijn zeldzame momenten, maar de dynamiek is dan indrukwekkend. Weber heeft op piano een krachtige aanslag, zonder percussief te worden. Natuurlijk varieert hij daarmee, net als met tempo. Brinkmann gebruikt zijn cello opeens als slaggitaar en even later als lopende bas. Het gebeurt allemaal met de grootst mogelijke concentratie en intensiteit. Dit is het ultieme herfstconcert, dat perfect aansluit op de verstilling die nu overal in de natuur voelbaar is. Het trio verstoort die niet, maar benadrukt die juist.