Publicaties‎ > ‎

Vijay Iyer Trio

Vijay Iyer Trio, Bimhuis Amsterdam, 23 april 2012

Van Vijay Iyer wordt wel gezegd dat hij de toekomst van de jazz vertegenwoordigt. Wil je weten welke kant het met het genre opgaat, dan moet je bij hem wezen. Opmerkelijk, want de pianist is de veertig reeds gepasseerd. Dat betekent een leven van al bijna vier decennia muziek, want de New Yorker begon op zijn derde met vioolles. Niet veel later volgde de piano en op highschool ontwaakte de belangstelling voor jazz. Zestien albums verder is Iyer verre van blasé, bewees zijn optreden in het hoofdstedelijke Bimhuis, maar of hij met zijn eigen trio inderdaad een futuristische visie ontvouwde, is nog maar de vraag.

Zijn muziek is vooral eclectisch, sterk in de traditie verankerd, maar met een vernieuwende, persoonlijke input. Postmodernisme uit zich door te putten uit de jazzgeschiedenis, de moderne gecomponeerde muziek en het popidioom. Iyers vocabulaire vindt aansluiting bij de New Yorkse scene, bij goeroe Henry Threadgill, maar is een stroming op zichzelf. Of het komt doordat hij op de piano autodidact is, of doordat hij een sterke persoonlijkheid is, zijn spel is hoogst eigen, zonder wetten of formules, maar met een grote vrijheid. En dat voor een bètawetenschapper met een PhD in Technology and Arts. Iyer is volstrekt uniek in zijn notenkeus, die je steeds op het verkeerde been zet en daaroor elke keer verrast. De pianist heeft een aangename, milde aanslag met vaak een zachte aanraking van de toetsen. Percussief en hard wordt het alleen als een compositie dat vereist. Jammer is, dat drummer Marcus Gilmore dan inmiddels zo'n dynamiek heeft ontwikkeld dat het spel van Iyer overschaduwd raakt.

Handelsmerk van het trio zijn ook de complexe ritmes, die zich maar blijven stapelen. Bassist Stephan Crump gaat hier volop in mee als bewaker van de beat, en tovert de ene na de andere groove uit zijn instrument. Gilmore creëert voortdurend meervoudige patronen en gaat herhaaldelijk van rikketik op zijn hihat. Met techniek kan tegenwoordig geen enkele jazzmuzikant zich nog profileren, daarvoor is meer nodig. Onderscheidend is wel Iyer, maar Gilmore en Crump niet, hoe goed ze ook zijn. Als op het eind van het concert de drummer en bassist wederom solo's krijgen, is dat te veel. Na ruim twee uur spel is de boodschap überhaupt wel duidelijk. Na het slotnummer gaat het publiek wel staan, maar klapt niet voor een toegift. Vreemd. En wat de toekomst betreft, die is ongewis, ook die van de jazz.