Publicaties‎ > ‎

Uri Caine Acoustic Trio

Uri Caine Acoustic Trio, Bimhuis Amsterdam, 21 januari 2012

Het geniale hoofd van pianist Uri Caine bevat een zee van noten. Die staan elk te dringen om eruit te mogen. Een overstroming ligt in het verschiet en ja, het publiek raakt overweldigd door zoveel impulsen die zich een weg banen en alle ruimtes vullen. Caine's ideeënrijkdom is gevat in een fabelachtige techniek, van tederzacht tot percussief hard en van tergend langzaam tot duizelingwekkend snel met onmogelijke reeksen, hij tovert het allemaal tevoorschijn. Slechts één nummer zaterdagavond in het Bimhuis bevatte rust en ruimte en is dan ook atypisch.

Als je met een visionair als John Zorn hebt gewerkt is dat al gauw je belangrijkste referentie. Caine is geworteld in de postmoderne New Yorkse scene, maar heeft met tallozen in vele uiteenlopende projecten gespeeld. Hij put uit meerdere genres en zijn klassieke scholing is evident, Bach en Mahler zijn geen onbekenden voor hem. In een vol Bimhuis speelde Uri Caine Acoustic Trio voornamelijk eigen composities van hun recente album Siren. De stukken hebben een eclectisch karakter, zijn overwegend melodieus maar soms ook vrij abstract. De pianist vindt het kennelijk niet nodig, of vergeet om te melden dat de cd ter plekke te koop is. Hij rept daar niet over, terwijl het concert vanavond de start vormt van een Europese tour ter promotie van de plaat.

Traditionele pianotrio's zijn zeldzaam geworden in de hedendaagse jazzmuziek, maar Uri Caine Acoustic Trio is er een, vooral als het gaat om de dominantie van de bandleider en pianist zelf. De man dicteert en bepaalt alle inzetten, tempi en wendingen. Hij gunt zijn bandleden af en toe een solo'tje, maar in het samengaan is hij toch de spelmaker. Bassist John Hébert lijkt Caine soms maar met moeite bij te kunnen benen en drummer Ben Perowsky lijkt te beducht om voluit te gaan.
De interactie verloopt evenwel in grote lijnen vlekkeloos.

Caine zit ondertussen flink te swingen, maar het publiek lijkt dit niet te beseffen, misschien ook wel wat overdonderd door de overvloed aan pianoprikkels. De pianist heeft een heel boekwerk aan notenschrift voor zijn neus, maar al na een minuut van een nieuw ingezet nummer gaat hij los in ongebreidelde improvisatie, met een uitgekiende balans tussen vrijheid en beheersing. Als het laatste nummer is gespeeld, laat het trio zich wel erg makkelijk terugroepen. Als toegift klinkt een Dr. John-achtige blues, die de veelzijdigheid van Caine maar weer eens bevestigd. New York meets New Orleans.