Publicaties‎ > ‎

Trio Fuhler/Bennink/De Joode

Trio Fuhler/Bennink/De Joode, Bimhuis Amsterdam, 12-04-2012

Grootmeesters van de impromuziek zijn het, de muzikanten van het Trio Fuhler/Bennink/De Joode. Gebaseerd op de principes van instant composing, zoals die al decennia lang gehuldigd worden door het ICP Orchestra van Misha Mengelberg en Han Bennink, maken zij muziek in het hier en nu, waarbij zij zich laten leiden door inspiratie van het moment. En nee, dat veroorzaakt geen oeverloos geneuzel en ja, dat biedt bij vlagen wel degelijk structuur en herkenbaarheid.

Pianist Cor Fuhler richtte het trio op in 1995 met gelijkgestemde zielen, slagwerker Bennink en contrabassist Wilbert de Joode. De drie treden niet vaak gezamenlijk op, maar vanavond staan zij weer in het Bimhuis met het elan van het enthousiasme uit de begintijd. Fuhler gebruikt een geprepareerde piano, waarbij objecten tussen en op de pianosnaren zijn geplaatst. Ook past hij een ebow  toe, een klein apparaatje dat strijkgeluiden produceert als het boven pianiosnaren wordt gehouden. Bennink speelt gedurende heel de avond slechts op zijn snaredrum, al dan niet afgedekt met een doek, en hanteert zowel stokken als brushes. De Joode plukt heel conventioneel zijn akoestische contrabas, afgewisseld met de strijkstok.

Het resultaat is een meditatief muziekspel, waarbij op ogenblikken ruimte is voor dynamiek en uitbarsting, en ook soms een groove kan ontstaan. De Joode noemt het "een geavanceerde manier van communiceren". En inderdaad is het een hoogstaande vorm van samenspel, waarbij intuïtie en vertrouwen een belangrijke rol spelen. De muzikanten kunnen nooit verwachten dat de ander op een bepaalde manier reageert. Dat maakt de muziek zo onvoorspelbaar en de spanning zo intens, op het podium, maar ook in de zaal.

Humor is er ook, deze heren nemen zichzelf niet altijd even serieus. Hilariteit ontstaat er als Bennink een plastic tas met drumstokken leegstrooit over het podium. Hij ontknoopt zijn overhemd, vouwt het keurig op en stopt het in de tas. Fuhler deelt een flinke plaagstoot uit als hij met een enorme bons plotsklaps de klep van zijn piano dichtsmijt. De Joode ziet het allemaal onverstoorbaar aan, zoals een ware bassist betaamt.

Fascinerend is het optreden van begin tot eind, met zulke hoogstandjes van improvisatietechniek. Jammer dat deze muzieksoort kennelijk nog zovelen afstoot, het bezoekersaantal in het Bimhuis is bedroevend laag. Dat heeft toch vooral met beeldvorming te maken, de muziek is beslist niet intellectualistisch of anderszins ontoegankelijk. Voor het Bimhuis en voor de artiesten is het spijtig, het publiek dat er wel was, vormde de happy few.