Publicaties‎ > ‎

Tony Allen

Tony Allen, Black Series, Bimhuis Amsterdam, 9 november 2012

Afrobeat of Afrofunk, wat maakt het uit, het gaat om de man en niet om het genre. Drummer en componist Tony Allen is in belangrijke mate verantwoordelijk geweest voor het ontwikkelen van een nieuwe muziekstijl door het mengen van Afrikaanse en Westerse klanken. Jarenlang was hij de spil in de band van de legendarische medepionier en activist Fela Kuti, wiens werk behalve door Allen, door zijn zonen Seun en Femi wordt voortgezet.

Wie van de zomer de jongste zoon van Fela Kuti op het podium van North Sea Jazz zag en in het Bimhuis diens voormalige werknemer aanhoort, kan niet anders constateren dan dat hier een generatiekloof pijnlijk duidelijk wordt. De eerste verdient het predikaat 'energiek' en de tweede de aanduiding 'gelaten'. De waarheid is bikkelhard.

'As a matter of fact', met deze vijf woorden doorspekt Allen al zijn praatjes tussen de nummers. Afgezien van deze stoplap bevatten die vooral aansporingen tot dansen. Sommigen hebben die stimulans niet nodig en waren al op het podium beginnen te swingen, maar de drummer wil de hele zaal zover krijgen. Dat lukt zowaar, en wie het doorsnee Bimhuispubliek kent, kan daar alleen maar bewondering voor hebben. Maar Allen trekt natuurlijk zijn eigen toeschouwers. Zo krijgt de sfeer een drastische wending, want ineens is het feest. Dat de muziek er niet beter op wordt, daar maalt niemand om, hier komt het publiek voor en dit krijgt het publiek.

Als je de band op het podium aanschouwt, zie je meteen de verhoging waar Allen zich met zijn slagwerk op bevindt. Zo komt hij op gelijke hoogte met de staande muzikanten. Van enig overwicht als bandleider is geen sprake, de drummer toont zich geen aanjager en beperkt zich vooral tot subtiliteiten en accenten om de toch al complexe ritmes nog wat extra impulsen te geven. Voor zijn solo zal menige slagwerker zijn hand niet omdraaien. En waar zijn de blazers? Waar zijn de zangeressen? Zij worden node gemist. Trompettist Nicolas Giraud mag dan met sjeu en bezieling spelen, in zijn eentje ontbreekt hem de dynamiek van een blazerssectie. Zangeres Audrey Gbaguidi zingt lichtvoetig met haar heldere en schone stemgeluid, maar zij mist persoonlijkheid voor een overtuigende performance. Zij is daarin karakteristiek voor het hele optreden, dat in de loop van de avond wel erg eenvormig blijkt. Wat de hedendaagse afrobeat of afrofunk betreft, zal het van Seun Kuti moeten komen. Volgend jaar wellicht in het Bimhuis?