Publicaties‎ > ‎

The Kyteman Orchestra

The Kyteman Orchestra, Concertgebouw Amsterdam, 1 juli 2016

'Niets staat vast', aldus de websitetekst van Het Concertgebouw. Als Colin Benders op het podium staat, zet hij daar nog eens een dikke streep onder door te stellen dat hij geen idee heeft wat er komen gaat. Dat lijkt erg sterk. Het optreden van vanavond heeft geregeld meer weg van een gelikte show dan van een jam, die per definitie een spontane, onvoorbereide ontmoeting is van musici in verschillende combinaties. Er wordt wel degelijk geïmproviseerd, niet alles wordt echter aan het toeval overgelaten. 

Misschien dat Benders met zijn eigen The Kyteman Orchestra een leuk potje kan freewheelen, maar dat geldt zeker niet voor het Radio Filharmonisch Orkest, dat vanavond ook van de partij is. Evenmin is dat zo bij Het Groot Omroepkoor, als derde grote speler eveneens op het podium. Dat blijkt wel als Benders zich specifiek tot het koor richt. De vocalisten reageren aarzelend, zonder veel coherentie, en onzekerheid lijkt troef. Dat geldt bij vlagen ook voor het klassieke orkest, dat zich vaak terughoudend opstelt, waarbij de balans zoek kan zijn. De musici zijn ook helemaal niet gewend om te improviseren en dat is merkbaar. Improvisatie is een kunst apart en vereist bekwaamheid en oefening met gelijkgestemde geesten, iets wat bij het Radio Filharmonisch Orkest echt niet aan de hand is. Toch gaan Benders en de musici het avontuur aan, al was het maar doordat de gebruikelijke bladmuziek op lessenaars achterwege is gebleven.

Wel staat de bandleider van The Kyteman Orchestra als dirigent voor de groepen, waarbij hij met brede zwembewegingen zijn wil aangeeft. De man is een wereldster in Nederland, voor wie speciaal de stoelen uit de zaal zijn verwijderd om zoveel mogelijk publiek binnen te laten en de sfeer van een popconcert te creëren. Is het geluid van de orkesten en het koor al oorverdovend, het aantal decibellen vanuit de zaal ligt nog veel hoger, ook al voordat er één noot is gespeeld. Het concert was al weken van tevoren uitverkocht. Benders lijkt er allemaal erg beduusd van en wekt allerminst de indruk dit alles vanzelfsprekend te vinden.

Ondertussen zijn de crescendo's niet van de lucht, synchroon begeleid door een glanzende lichtshow. Bij de opening werd een trombonesolo al gevolgd door opkomende strijkers en de aanzwellingen zijn een rode draad van de avond.  Dat zorgt voor bombast en overdaad, met een overmatig streven naar effect. Een sonate met viool en piano klinkt dan weldadig. Hiphop, jazz, opera en minimal, het komt allemaal voorbij. Hoogtepunten zijn de raps, die virtuoos gebracht worden en waarvan het onwaarschijnlijk is dat die uit de lucht komen vallen. Erg aardig wordt het als Benders een klapritme inzet dat overgenomen wordt door de koorleden, waarna The Kyteman Orchestra een rudimentaire groove inzet. Als de strijkers unisono invallen, is het moeilijk te geloven dat dit niet volgens plan verloopt. Vrije improvisatie of niet, duidelijk is wel dat de creativiteit van Benders ruim baan krijgt en dat hij een vrije geest is niet die zich niet laat binden. Dat staat in elk geval vast.