Publicaties‎ > ‎

Summer Sessions North Sea Jazz Club

Summer Sessions, North Sea Jazz Club, 11 augustus 2012

Zangeres Fridolijn van Poll van de band Finn Silver had op Facebook aangekondigd dat de avond mogelijk chaotisch zou verlopen. "Ik weet niet wat er precies gaat gebeuren, wie er komt en wie wat doet, het wordt in ieder geval een soort sessie." Duidelijk is, dat vanavond niet het aangekondigde, succesvolle Finn Silver optreedt, want saxofonist Ben van Gelder zit in New York en drummer Jamie Peet in Budapest. De avond staat in het teken van de verjaardag van Van Poll, die 28 is geworden en daarmee de 'Club van 27' heeft overleefd. Daarom zullen vooral nummers worden gespeeld van Kurt Cobain, Jimi Hendrix en Amy Winehouse.

Dat de optredende jazzmuzikanten niet doorkneed zijn in het repertoire, maar toch hun bijdrage leveren, heeft  zijn charme, en de voorzegde chaos is eerder vrolijk dan hinderlijk. Iemand haalt zangeres Coco Jones: "Coco, je moet op". Antwoord: "dat kan niet, ik zit te eten". Vervolgens zet Van Poll de jazzstandard Summertime maar in, altijd goed. Halverwege vraagt zij zanger Paul van Kessel (Wicked Jazz Sounds Band) op het podium. Even later roept zij: "is Kris er al?" Zangeres Kris Berry, gelauwerd voor haar album Marbles, heeft geen sterallures, maar laat toch op zich wachten. Toetsenist Tony Roe, bandleider van Tin Men and The Telephone, is wel van de partij. Hij begeleidt Van Poll en Van Kessel, maar heeft eerder sturende dan dienende kwaliteiten. Later treedt een band aan met drums, bas, toetsen en gitaar. Er wordt druk overlegd: "ken jij dit, ken jij dat?" 

Van Poll zingt lichtvoetig, maar beslist niet zonder substantie. Ze komt met een fijnzinnige uitvoering van Love is a Losing Game van Winehouse. Van Kessel brengt Crosstown Traffic  van Hendrix op funky wijze en speelt de introsolo op kazoo, zeer effectief. Smells Like Teen Spirit  komt als jazznummer voorbij. En dan is het tijd voor de blues. Coco Jones zet met haar gevoileerde bluesy stem de sfeer geheel naar haar hand. Als zij een hoge toon lang en intens aanhoudt, begint het publiek te joelen. Coco doet er daarom een schepje bovenop, goed voor het grootste applaus tot dan toe. Gezien het toenemende geklap lijken de performances steeds beter te worden, maar dat is bedrog. Het onderscheidingsvermogen van de mensen loopt drastig terug, omgekeerd evenredig met de sfeer. De muzikanten profiteren hier volop van, evenals dj Marc, die in de nachtelijke uren met soul- en funkklassiekers het partijtje van Van Poll extra luister bijzet.