Publicaties‎ > ‎

Rob van de Wouw

Interview Rob van de Wouw, trompettist en componist

Hij is te bescheiden om zichzelf een vernieuwer te noemen, maar durft wel te beweren dat zijn nieuwe cd NEON afwijkt van wat veel muzikanten doen. "Ik ken geen plaat als NEON", stelt trompettist Rob van de Wouw, die zijn nieuwe album donderdag presenteert in North Sea Jazz Club. "Alles is al gedaan door anderen, maar ik heb vooral geen rip off willen maken." Het wordingsproces is sowieso bijzonder omdat Van de Wouw (Tilburg, 1975) alles gezamenlijk heeft verricht met Ruben van Roon en Wiboud Burkens. De drie kennen elkaar van sessies in Rotown Rotterdam en werken al jaren samen in zijn band. "We zijn niet klef, maar ik noem ze wel mijn vrienden."

Ze hebben in de studio alle songs al improviserend tot stand gebracht en deden gedrieën de productie en mixage. Het resultaat is een jazzalbum met veel ruimtelijkheid, elektronica en soundscapes. Kenmerkend zijn de contrasten tussen de jachtige ritmiek aan de onderkant en de vloeiende, rustige melodieën aan de bovenkant. NEON kent een sterke eenheid en een interessante gelaagdheid met als basis typische jazzritmes. Van de Wouw is blij met het product. De plaat wordt wereldwijd uitgebracht op het label Jazzland Recordings van elektronicaspecialist en pianist Bugge Wesseltoft, onder de paraplu van Universal Music. Van de Wouw wil zich meer op een groter publiek in het buitenland richten, en dit is een belangrijke stap. 

NEON is de opvolger van Tunnelvision, waarmee de trompettist in 2010 de Edison Publieksprijs won. "Ik heb de lijn van Tunnelvision voort willen zetten, zonder een kopie te maken." Op die plaat werkte hij samen met Mark de Clive-Lowe, een Engelse specialist in nu-jazz en broken beats. De huidige cd bevat meer abstracte dance en is filmischer. De werkwijze met Burkens en Van Roon vindt hij fijner omdat de drie heel open en direct zijn tegen elkaar. "De betrokkenheid is groot en we halen het beste in elkaar naar boven." NEON heeft een heel futuristisch geluid met zijn vele elektronica. "Die wordt steeds meer voor iedereen toegankelijk", zegt Van de Wouw hierover. "Muzikale kennis is niet meer nodig, alles is binnen handbereik." 

Zelf studeerde hij aan het Rotterdamse Conservatorium bij onder anderen Benjamin Herman en Eric Vloeimans. Door een toenmalige docent werd hij meermaals voor de leeuwen geworpen met de vraag les te geven terwijl hij nog studeerde. De trompettist oefent nog steeds dagelijks een aantal uren. Hij is daarin zeer toegewijd en noemt het ook een soort houvast. Hij beseft dat hij beperkingen kent in zijn techniek, maar vindt dat niet per se een handicap: "de beperkingen geven je karakter". Hij zou graag weer les nemen, misschien bij een klassiek trompettist en dan "alleen met klank bezig zijn". Belangrijk is voor hem om zich te blijven ontwikkelen. Hoewel hij een sterk sociale kant heeft, erkent Van de Wouw dat hij ook een beetje een einzelgänger is, dat is iedere musicus volgens hem: "je zit toch dagelijk uren in je eentje op je instrument te oefenen." Spelen vind hij het fijnste dat er is, op een podium of waar dan ook.

Dat hij zich ook met de zakelijke kanten van het kunstenaarschap moet bezighouden, noemt hij een noodzakelijk kwaad.  "Promotie is niet mijn sterkste kant." "Ik leur niet graag met mezelf, maar ik besef heel goed dat het er bij hoort."  Hij staat liever op het podium, op zoek naar het gelukzalige gevoel dat hem kan bevangen, maar dat niet afdwingbaar is. Dat geldt ook het publiek. "Muziek is toch een soort sprookje, een fantasiewereld die je uit de dagelijkse beslommeringen trekt. Het heeft ook te maken met een gevoel van vrijheid." Of het dan gebeurt in een vol stadion of een kroeg met tien personen, maakt niet uit. Van de Wouw denkt dat veel meer mensen van jazz zouden houden, als ze er maar kennis mee maakten. Dat denkt hij ook van zijn eigen plaat. Dat is dan wellicht de laatste kans, want "misschien is dit wel mijn laatste cd, ik ben van plan vanaf de zomer uit te komen met alleen nog ep's op vinyl en downloads." Voor het geld doet hij het niet, het is pure innerlijke noodzaak. "Jazz is een vloek en een zegen, maar ik kan niet anders."