Publicaties‎ > ‎

Rembrandt Frerichs

Interview Rembrandt Frerichs, pianist en componist

Hij bespeelt een achttiende-eeuws instrument, maar de muziek die hij daarop maakt, is zeer modern. Rembrandt Frerichs koos voor de fortepiano, vooral dankzij de klank en niet zozeer vanwege de historie. Hij merkt dat het spel op het instrument zijn verrichingen op andere toetsen beïnvloedt: "Ik klink nu ook anders op de Steinway." 

"Piano's van nu klinken allemaal hetzelfde. Ik zocht naar een persoonlijk geluid. Vanuit mij liefde voor de muziek van het Midden-Oosten ben ik geïnteresseerd in exotische instrumenten als santur en qanun. Mijn drummer Vinsent Planjer kwam daardoor op het idee om de fortepiano eens te proberen. Ik had het geluk dat het Nationaal Muziekinstrumentenfonds een fortepiano voor me wilde laten bouwen die ik nu in bruikleen heb. Dat is uitzonderlijk voor een jazzmusicus. Fortepiano is eigenlijk een containerbegrip voor alle westerse toetsinstrumenten tussen clavecimbel en moderne vleugel. Mozart en Beethoven componeerden er hun stukken op. Het instrument heeft niet alleen een heel eigen geluid, maar de klank verschilt ook enorm per bouwer. Je kan er hard en zacht mee spelen, in tegenstelling tot een clavecimbel. De klank is wel gauw weg. Het biedt mij allerlei nieuwe mogelijkheden en inzichten. Stemmen moet ik zelf doen, dat heb ik speciaal moeten leren."

Frerichs staat op derde kerstdag in het Bimhuis met zijn trio, waarin behalve Planjer ook bassist Tony Overwater. Het is een zaterdag en dat vindt hij gunstig. "Eerder stond ik vlak na North Sea Jazz geprogrammeerd, dat was niet zo handig. Het is een stuk beter, nu iedereen vakantie heeft." Frerichs beschouwt het Bimhuis als beste plek voor jazz en staat er graag. Hij is net terug uit Brussel, waar hij in het Jazzstation speelde, ook geen verkeerde venue. "Maar het Bimhuis heeft echt iets contemporains. Het is de belangrijkste plek waar actuele dingen gebeuren. Niet alleen de gevestigde orde speelt er, maar ook de voorhoede. Ik presenteer mijn album A long story short  voor het Amsterdamse publiek. We willen het openingsnummer helemaal vanuit een nulpunt beginnen, zelfs zonder afgesproken toonsoort. Via hints moet zich dan een bestaand stuk van mijn hand aandienen. Uiteindelijk geldt voor alle live uitgevoerde muziek dat het een momentopname is, zeker voor jazz." 

De pianist is niet alleen actief in zijn trio. Hij heeft zijn band Levantasy met oosterse invloeden en speelt onder meer met mondharmonicaspeler Hermine Deurloo en bassist Phaedra Kwant. "Op mijn zolder heb ik een muziekstudio waar de hele wereld over de vloer komt. De ruimte heeft al veertig jaar die functie. Ik heb er een vleugel, een Fender Rhodes en natuurlijk de fortepiano. Ik houd er wekelijks repetities met mijn trio en ontmoet er vele musici, onder wie een Indiase saxofonist, een Noorse accordeonspeler en een Iraanse kamanchespeler. Door dat vele spelen en al die contacten krijg ik de gelegenheid om te groeien, dat vind ik belangrijk. Mijn vrouw is klassiek zangeres, dus al met al is er volop muziek in huis." 

Frerichs zelf is ook in klassieke muziek actief. Zo speelde hij solo op het Bachfestival. De liefde voor muziek uit het Midden-Oosten deed hij op in Caïro, waar hij enkele jaren woonde. Waarom hij zich ertoe aangetrokken voelde? "Ik heb geen idee, het is een soort intuïtie." Hij ontdekte de jazz via zijn ouders, die veel naar de radio luisterden en lp's draaiden: Oscar Peterson, Toots Thielemans. "In het algemeen volg ik mijn intuïtie, waarbij ik mijzelf dwing om uit mijn comfortzone te komen. Ik wil de dingen nooit van tevoren vastleggen. Allerlei invloeden zijn bruikbaar. Op mijn album A long story short  gebruik ik elementen uit de Ottomaanse traditie en verwijs ik naar poëtische ritmes. Toch is de plaat in essentie moderne jazz."

"Momenteel ben ik veel bezig met Olivier Messiaen, wiens muziek met zijn bombastische akkoorden en lange melodielijnen niet te rijmen valt met mijn activiteiten op de fortepiano. Ik speel hem wel op de Steinway. Messiaen legde zijn bedoelingen uit in het boek De techniek van mijn muzikale taal, waarin hij een eigen toonsysteem presenteerde, dat hij in alles doorvoerde. Hij bouwde een heel eigen universum binnen de muziek. Wat me zo in hem aanspreekt is zijn concessieloosheid. Bij hem staat de zoektocht naar artistieke inhoud altijd voorop. Dat geldt ook voor mij."