Publicaties‎ > ‎

Oene van Geel

Interview Oene van Geel, altviolist en componist, 4 juni 2013

Het juryrapport van de VPRO/Boy Edgarprijs 2013 noemt het als een van zijn vele kwaliteiten, maar altviolist Oene van Geel zelf beschouwt het als de essentie: improvisatievermogen. "Improvisatie en samenspel vormen voor mij het wezen van muziek maken", zegt de winnaar van het belangrijkste eerbewijs voor jazz in Nederland. Morgenavond krijgt Van Geel (Amsterdam, 1973) in het Bimhuis een plastiek van Jan Wolkers uit handen van pianist en componist Guus Janssen, alsook een cheque van 12.500 euro. Presentatie van het feestelijk gebeuren wordt verzorgd door Vera Vingerhoeds, namens de VPRO.

De samenstelling van het programma is geheel in handen van Van Geel, dat is onderdeel van de beloning. "De eerste set bestaat uit allemaal enkele nummers in kleine bezettingen, later speelt iedereen gezamenlijk." Voor het concert maakte de laureaat speciale bewerkingen van vooral eigen stukken, maar sommige muzikanten hebben een vrije rol, zoals Janssen en Theo Loevendie, die hij mentoren noemt. Ook speelt zijn strijkkkwartet ZAPP4 een interpretatie van Paranoid Android  van Radiohead. Zoals zovele jazzmuzikanten opereert Van Geel in meerdere projecten en bands, en velen zullen het podium delen. 

De jury looft ook de grondige kennis van de altviolist over de jazzgeschiedenis. Eerdere ontvangers van de trofee noemen zich liever geen jazzmuzikanten, zoals Eric Vloeimans en Yuri Honing. Van Geel beschouwt zichzelf wel degelijk als zodanig: "ik houd van de jazztraditie. Het is altijd een open vorm geweest. Ik volg niet helemaal de lijn van de bebop, maar ik gebruik wel die invloeden. Ik heb zoveel helden in de jazz, het is totaal geen straf om daarmee geassocieerd te worden. Ik wil graag in het moment boetseren, bij klassieke muziek zijn de marges voor improvisatie veel kleiner dan bij jazz."

Van Geel wordt ook geprezen om zijn nieuwsgierigheid naar andere genres. Hij studeerde bijvoorbeeld Indiase muziek. In zijn trio The Nordanians is een rol weggelegd voor de tabla, een oosters percussie-instrument. Ook moderne gecomponeerde muziek staat op zijn repertoire. Toch lijken zijn activiteiten vooral in de sfeer van kamermuziek te liggen, een drumstel tref je bij zijn bands niet aan. "Ik ben een enorme liefhebber van het akoestische geluid van strijkinstrumenten. Ik houd als speler niet zo van harde bands die veel versterken. Vroeger werkte ik wel veel met versterking en effecten, maar tegenwoordig wil ik terug naar de akoestische klank." 

Niet alleen binnen de muziek onderzoekt hij vele mogelijkheden. In zijn ensemble OOOO, zo genoemd omdat alle leden een O in hun voornaam hebben, speelt dans een belangrijke rol. "Door het spel van de danser maak ik heel andere keuzes in de muziek, het werkt heel inspirerend." Van Geel is in het algemeen een groot kunstliefhebber: "Ik ben enthousiast over kunst als uitingsvorm. Kunst geeft een andere kijk op de alledaagsheid. Ik ben met veel vormen minder bekend dan met muziek, maar kan er wel erg van genieten." Zelf maakt hij tekeningen, waarmee hij ook naar buiten treedt, voor zijn website deed hij alle artwork, inclusief de vele illustraties. 

Hij blijft echter muzikant, hoezeer hij in het verleden ook heeft getwijfeld aan zijn bestemming in de muziek. Nog steeds vindt hij zelfkritiek een moeilijk punt. "Er zijn genoeg momenten geweest dat ik dacht: ik stop, ik haal het niveau niet dat me voor ogen staat." Nu de waardering wederom komt in de vorm van alweer de derde belangrijke prijs, is hij blij dat hij doorgezet heeft. "Het is een voorrecht om muziek te maken, ik ben een muziekfreak." De keus tussen het componeren en het uitvoeren heeft hij achter zich gelaten, "ik kan niet anders dan beide doen". "Ik heb het van mezelf geaccepteerd dat ik breed georiënteerd ben."

Van Geel is heel blij met de Nederlandse muziekscene waar hij deel van uitmaakt. "Er is een enorme openheid van geest, door alle generaties heen. Vroeger had je impro en traditionalisten, die waren gescheiden, nu is alles verweven. Er is niemand die voorschrijft hoe het hoort, iedereen stelt zijn eigen pakket samen. Ik ervaar geen concurrentie, de ontwikkeling van de muziek is belangrijker." Of die ook vernieuwend is, vindt de violist minder interessant. "Ik zit niet in de hoek van de digitale klankmanipulaties, echte instrumenten boeien mij meer." Dat zal ongetwijfeld ook blijken bij de viering in het Bimhuis.

Zaterdag 9 juni 20.30 uur, Feestelijke uitreiking VPRO/Boy Edgarprijs in het Bimhuis.