Publicaties‎ > ‎

Nate Wooley Quintet

Nate Wooley Quintet, Bimhuis Amsterdam, 8 december 2016

Het werkt altijd: de boel in het honderd sturen en dan uit de chaos welluidende klanken tevoorschijn toveren. Niet dat de muziek van het Nate Wooley Quintet helemaal ontregeld raakte, maar de piepende fluittonen, schurende klanken en het gebrom van Wooleys trompetspel waren niet van de lucht. Josh Sinton voegde op basklarinet aan dat arsenaal van klankexperimenten nog eens plofklanken toe. Natuurlijk kan Wooley ook mooie, sonore tonen blazen, en dat deed hij dus ook.

Wooley, oorspronkelijk afkomstig uit Oregon en inmiddels opererend vanuit New York, werpt een nieuwe blik op bop en jazzrock, maar staat vooral bekend als avant-gardist die samenwerkt met John Zorn, Anthony Braxton en Fred Frith. Curieus is het, dat hij vanavond in het Bimhuis een aantal composities speelt van Wynton Marsalis, die toch vooral als jazzpurist te boek staat. Het staat echter de improvisaties niet in de weg. Versnellingen en contrasten spelen daarin een rol, bijvoorbeeld lange lijnen van de blazers boven op jachtig spel van de ritmesectie.

Verder is er repertoire van de trompettist zelf, zowel oud als nieuw. Het wordt allemaal aan- en afgekondigd door de bandleider, die met veel humor uit de hoek komt. Hilarisch is het verhaal over zijn overleden kat, waar hij een song aan gewijd heeft. Pas op het eind stelt hij zijn bandleden voor, naast Sinton vibrafonist Matt Moran, contrabassist Eivind Opsvik en op drums Harris Eisenstadt. Moran valt op met zijn razendsnelle en prachtig zacht geslagen figuren op de vibrafoon, die hij met extreem veel galm bespeelt. Bassist Opsvik is op zijn best als hij de bassnaren op delicate wijze strijkt. Eisenstadt daarentegen speelt een merkwaardige solo, waarin hij blijft zoeken naar iets wat hij niet vindt. Gezamenlijk heeft het geheel een heldere, doorzichtige samenklank. Wooley zelf blijft het beste bij, hij is een avonturier op de trompet.