Publicaties‎ > ‎

Michiel Borstlap Trio

Michiel Borstlap Trio, Bimhuis Amsterdam, 31 mei 2012

Harry Mulisch zei eens dat de jazz verpest is door de dominantie van de saxofoon. Anno 2012 is het pianotrio echter nog steeds de populairste bezetting binnen het genre. Bij de echt grote jongens zitten opvallend veel toetsenisten. Michiel Borstlap is er zo een, hij is gelauwerd,  compositorisch en uitvoerend uitzonderlijk sterk, heeft de eigenheid van een grote persoonlijkheid en beschikt over de juiste instelling.

In het Bimhuis presenteerde hij zijn nieuwe album 88, het eerste met zijn huidige trio, na de afgelopen jaren twee soloplaten te hebben uitgebracht. Zijn laatste cd Blue bevat songs met de structuur van popliedjes, die hij schreef voor zijn dochter. 88 slaat op het aantal toetsen van het klavier. Borstlap lijkt ze alle te gebruiken en soms schijnen het er nog veel meer, zo'n rijkdom aan noten brengt de Hagenees in trilling. Overdadig of pompeus wordt het nooit, overweldigend des te meer. Borstlap is speels in zijn notenkeuze, zijn combinaties en intervallen, en vervalt nooit in routineuze loopjes. Hij laat ruimtes open om ze even later in een beweging vol te gieten of een andere keer druppel voor druppel te vullen. De pianist heeft een overwegend krachtige aanslag, zonder dat het percussief wordt. Delicate klanken, die hij ook speelt, worden daardoor des te brozer. Echt zacht wordt het echter zelden. Borstlap goochelt met noten, maar een trucje wordt het nooit, daarvoor is de man te integer.

Bassist Boudewijn Lucas en drummer Erik Kooger tonen zich ideale partners. Zij brengen hun eigen persoonlijkheid in, en hebben daarbij geen last van al te grote ego's die zouden kunnen concurreren met dat van de bandleider. Lucas is een rots in de branding en Kooger speelt sober, maar beslist niet gezichtsloos. In de eerste nummers lijkt de band vooral op een traditioneel pianotrio met solo en begeleiding, later wordt het samenspel losser en gedurfder. In zijn solo's is Kooger vindingrijk en daardoor boeiend. Op zijn roze elektrische basgitaar weet Lucas adequaat te stuwen. Het geheel is vlekkeloos.  

Vroeger kon je nog een onderscheid maken tussen thematiek en improvisatie binnen een jazznummer. Bij dit trio is het niet duidelijk waar het een ophoudt en het ander begint. Het maakt de muziek spannend en avontuurlijk, terwijl de structuur altijd helder blijft. Het publiek kan het allemaal wel waarderen, na enige aarzeling kiest het massaal voor een staande ovatie. En daar zit kennelijk niemand tussen die de saxofoon heeft gemist.