Publicaties‎ > ‎

Michael Vatcher

Interview Michael Vatcher, slagwerker, Amsterdam, 21 juni 2017

Han Bennink en John Engels kunnen met instemming de verrichtingen van hun opvolgers gadeslaan. Slagwerkers van verschillende generaties na hen gloriëren in de Nederlandse jazzwereld. Binnen de jonge lichting zijn er opvallende namen, zoals Onno Govaert, Niek de Bruijn, Yoran Vroom, Gino Cochise en Jamie Peet. Het moet echter nog maar blijken of die zich tot zulke markante persoonlijkheden ontwikkelen als Michael Vatcher, Amsterdammer van Californische huize, die al dertig jaar deel uitmaakt van de improscene alhier.

Vatcher keert terug naar de Verenigde Staten, naar New York, waar zijn vrouw als antropoloog een aanstelling krijgt aan Columbia University als docent en onderzoeker. "Ik houd veel van Amsterdam en zal het vreselijk missen, maar kijk er ook naar uit om me in de New Yorkse scene te storten. Ik houd van Amsterdam met zijn fietstraditie, zijn socialisme en relaxte sfeer. Ik heb hier een mooie plek gecreëerd en moet nog maar zien of ik overzee net zo'n fijne oefenruimte kan krijgen. In New York wil ik mijn levenslange studie voortzetten op 115th Street op Broadway, vlakbij de Hudsonrivier. Ik heb al een uitnodiging voor een optreden in Chicago, verder moet veel nog zijn beslag krijgen."

Voorlopig is Vatcher nog druk bezig met de voorbereidingen van de verhuizing. Ondertussen gaat het werk gewoon door. De avond voor het gesprek met Het Parool speelde hij in Zaal 100 in de Staatsliedenbuurt het programma All Ellington, een avond in een vaste serie die al jaren loopt en die veel musici uit de impro bijeenbrengt. Ook is Vatcher druk met de Wijksafari, een project van theatermaker Adelheid Roosen, die Nederlanders met een migratieachtergrond voorstellingen laat spelen op locatie. Eerder deed Roosen dat in Nieuw-West en de Bijlmer, nu in Noord. Daarnaast heeft Vatcher dit weekend twee afscheidsconcerten op festival On the Roof, bovenop een bedrijfspand in Noord, waar hij vanavond nog staat met de hier al genoemde Govaert, bassist Wilbert de Joode – winnaar van de Buma Boy Edgar Prijs 2016 – en de Berlijnse rietblazer Tobias Delius, orkestlid van het ICP Orchestra.

"Ik beleef elke dag een muzikale kick", zegt hij. "Het gaat mij om de buzz, energie, brandstof die ik als musicus krijg en ervaar, wat ook voor de liefhebbers geldt. Bij iemand als Misha Mengelberg was alles altijd vers, in de zin van verse groente of vers fruit. Wat dat betreft ben ik in Amsterdam altijd aan mijn trekken gekomen. Toen ik hier eind jaren zeventig kwam, trof mij het rijke muzikale leven, met veel speelplekken en veel belangstelling van het publiek voor livemuziek. De diversiteit binnen de scene was groot. Voor mij waren musici als Han Bennink, Misha Mengelberg, Tristan Honsinger en Sean Bergin grote voorbeelden en inspirators. Door hen wist je je verbonden met de hele Europese jazz. Via mijn landgenoot, rietblazer Michael Moore en cellist Ernst Reijseger ben ik hier terechtgekomen en ik ben ze nog steeds dankbaar. Indertijd was ik actief bij Festival of Fools en ik heb altijd gewerkt met theater en dans. Ook bassist Wilbert de Joode is belangrijk voor me, met hem heb ik veel samengespeeld, en vanavond doe ik dat weer."

Vatcher is schatplichtig aan de New Dutch Swing uit de jaren zestig, de typisch Nederlandse stroming zoals die ontwikkeld is door Bennink, Mengelberg en Willem Breuker. Hij heeft echter zijn geheel eigen wijze van swingen gecreëerd. In zijn spel gebruikt hij ook talloze accenten en brengt hij fabelachtige kleuring aan. Zijn slagwerk is altijd heel individueel samengesteld en sjouwt hij overal mee naartoe. "Elke avond stel ik mijn drumstel en toebehoren anders samen. Veel construeer ik zelf. Ook ben ik een verwoed verzamelaar, wat betekent dat ik met het oog op mijn vertrek het meeste zal moeten opslaan. Momenteel werk ik met een textielontwerper aan een kostuum waaraan ik enkele honderden houten stokjes wil laten bevestigen, die allemaal klank moeten geven als ik me beweeg."   

Vatcher wil iedereen altijd verrassen en dat komt wellicht omdat hij zelf ook altijd verrast wil worden. De impromuziek biedt hem daarbij volop mogelijkheden. Het is een verlies voor Amsterdam dat hij hier vertrekt, maar hij gaat niet verloren voor de muziek. De muziekwereld hier wordt wel een stuk armer. Voor musici als Onno Govaert is een taak weggelegd.