Publicaties‎ > ‎

Marc Ribot

Marc Ribot's Ceramic Dog, Bimhuis Amsterdam, 28 oktober 2016

Hij is de snelste niet en zijn techniek kan nogal eens haperen, maar op karakter laat hij iedereen en alles achter zich. Dat beseften ook artiesten als Tom Waits en Elvis Costello, van wie hij het geluid voor een belangrijk deel bepaalde. Van jazzgenie John Zorn is hij zelfs de lieveling. Gitarist Marc Ribot laat horen dat vingervlugheid niet het enige is dat telt in de gitaarkunst.

Ribot doet Amsterdam elk jaar aan en staat graag in het Bimhuis. "De airconditioning werkt hier goed, het podium staat open voor nieuwe muziek en er is budget", zegt hij in een gesprek tussen soundcheck en concert. Hij vindt de klank in het Bimhuis excellent en noemt het een ideale plek voor jazz. "In New York zijn we zelfs jaloers op het Bimhuis. Ze voorzien ons hier altijd exact van alles wat we wensen; ik hoop dat de mensen in Nederland dit podium ook weten te waarderen." Dat het de musici aan niets ontbreekt, blijkt wel als hun een copieus diner wordt voorgezet door chefkok Edwin Takens, die begrijpt hoe het werkt in de wereld. Zijn restaurant zit vanavond vol en ook de zaal is optimaal bezet.

Zoals artiesten als Neil Young en Johnny Dowd je bij de lurven kunnnen pakken met hun aangrijpende imperfecties, zo laat Ceramic Dog de toehoorders hun eigen emotionele diepten ontdekken. Onontkoombaar zijn de ongepolijste gitaarriffs, de dwingende grooves en het ijzersterke slagwerk. Het geluid is hard, erg hard, maar voor wie Paradiso gewend is, is het een eitje. Tijdens de soundcheck zei Ribot dat de mensen het concert moeten kunnen overleven zonder oordopjes. En wat klinkt Ribot dan breekbaar in een klein liefdesliedje in een van de toegiften. Ontroeren kan hij dus ook.

De gitarist zingt vanavond vaker dan voorheen en ook drummer Ches Smith en bassist Shahzad Ismaily leveren vocale bijdragen. Een stem hebben ze geen van drieën, maar niemand verwacht hier een Kurt Elling. Ceramic Dog is als band een hecht clubje en heeft gedurende meer dan tien jaar een intuïtieve samenwerking ontwikkeld. Ribot zegt dat het trio twee vriendinnen heeft overleefd. Met Smith heeft hij een van de talentvolste slagwerkers in het circuit in huis en Ismaily tovert met basgitaar, Moog synthesizer, percussie en elektrische gitaar. Ribot laat vrijwel geen stijl onbenut; hij noemt zijn muziek avant rock en geen jazz. Meteen relativeert hij dat en legt uit: "In Europa is jazz meer verbonden met improvisatie, in Amerika meer met geschiedenis en traditie. Wij improviseren veel, in die zin zijn we een jazzband." 

In het Bimhuis eert Ceramic Dog de jazztraditie door Take five van het Dave Brubeck Quartet te spelen. Je zou verwachten dat de band het nummer volledig laat ontsporen, maar dat blijft uit. Wel krijgt het stuk gaandeweg een vliegende vaart, met een dansbare baspartij en veelvuldig gebruik van pedalen door de gitarist. De klassieker is een vast onderdeel in het repertoire, dat vanavond vrijwel geheel bestaat uit materiaal van een nieuw te verschijnen album. Eerder op de avond zei Ribot dat het concert een succes zou zijn als er gedanst en geheadbangd wordt. Dat gebeurt, zij het niet massaal. Hoe dan ook is het optreden volledig geslaagd; het ovationele applaus van een staand publiek klinkt op het eind als een ontlading.