Publicaties‎ > ‎

Luc Ex

Interview Luc Ex, voormalig bassist van punkgroep The Ex en huidig jazzmuzikant in de voorhoede, 6 mei 2011


Foto door Laura van der Linden

Woest kan bassist en componist Luc Ex bij concerten met zijn akoestische gitaar tegen de grond beuken. Wie denkt dat de tijden van The Who herleven heeft het echter mis, hier geen destructie, maar enthousiasme en vreugde die een uitweg zoeken. Zijn medemuzikanten en ook het publiek waarderen hem hierom, want hij is een blikvanger op het podium. "Als ik speel, stap ik in een andere wereld van emotie en klank. Ik schrik wel als ik mezelf in beeld zie." In de omgang is Ex (geboren Luc Klaasen, De Bilt 1958) de rust zelve. Hij wikt iedere vraag en formuleert weloverwogen zijn woorden.

Aanleiding voor een vraaggesprek is het optreden van Ex' ensemble Sol 12 in het Bimhuis. Het woord 'sol' is Frans voor 'vloer', een logische naam na eerdere bandnamen Roof en 4 Walls. Het aldus ontstane huis wordt bewoond door vrije geesten, waarbij geen plaats is voor grote ego's. Ex zelf toont zich bescheiden als hij de samenwerking roemt met onder anderen zijn helden, stemkunstenaar Phil Minton en cellist Tristan Honziger, die hij grootmeesters van de improvisatie noemt. Bij hun optredens zijn afspraken uit den boze en wordt er alleen na afloop gereflecteerd, om elkaar bij een volgende keer nog beter aan te kunnen voelen. "De kracht van de spontane muziek zit hem in het eerlijk en open naar elkaar luisteren."

Bij Sol 12 is er wel een gecomponeerde component, die vooral door jou geleverd wordt. Een ander project van je is Sol 6. Wat zijn de verschillen tussen beide, behalve de bezetting?
"Sol 6 is meer een intiem ensemble, met sterke interactie tussen de bandleden. Zang is een belangrijk onderdeel en het repertoire is deels gevormd door uiteenlopende componisten als Charles Ives, Erik Satie en Burt Bacharach. Sol 6 begeeft zich op het snijvlak van moderne klassieke muziek en jazz. Sol 12 is meer een bigband die het moet hebben van de overweldiging en sensationele klanken." "Het is vooral de combinatie van compositie en improvisatie die het zo interessant maakt. Het is makkelijker om beide apart toe te passen, maar dan verval je eerder in clichés. Je krijgt dan of strakke orkestratie of chaos. Het wordt juist spannend als de grenzen tussen compositie en improvisatie vervagen." 

Jazzmuzikanten zijn altijd met meerdere projecten bezig. Zo heb jij een album gemaakt met Kamagurka, komt daar nog een vervolg op?
"We hebben geen afspraken lopen, wel kom ik hem regelmatig tegen. Toen ik uit The Ex stapte en in een gat viel, was daar ineens Kamagurka. Ik heb toen het album van Kamagurka & Ridders van de Apocalyps geproduceerd en uitgebracht op mijn eigen label Red Note. Ik heb grote bewondering voor hem, niet in het minst als filosoof."

Je wordt geassocieerd met vernieuwing en avant-garde. Ik heb zelf het idee dat melodie, schoonheid en traditie tegenwoordig weer mogen, hoe zie jij dat?
"Ben ik helemaal voor. Als je alleen maar 'piepknars' hoort, is een mooi harmonisch stuk een verademing. Ik streef ernaar om muziek te maken die nog nooit gehoord is, je loopt dan automatisch in de voorhoede. Met vernieuwing op zich houd ik me niet zo bezig, de vorm kan dan belangrijker worden dan de muziek zelf. Het belangrijkste voor mij is dat ik samenwerk met collega's, daar word ik een betere muzikant van, vernieuwend of niet. De inbreng van anderen acht ik hoog, ook van jongeren. Op dit moment doe ik dingen met Gerri Jäger van Knalpot. Vrijheid is voor mij veel essentiëler dan vernieuwing, vrijheid is de reden van mijn muzikale bestaan."