Publicaties‎ > ‎

Kurt Elling

Kurt Elling & The Jazzorchestra of the Concertgebouw, Concertgebouw Amsterdam, 3 juli 2013

"Wat goed dat jullie het Concertgebouw hebben weten te behouden, in andere landen maken ze van dit soort plekken een parkeerplaats." Natuurlijk heeft zanger Kurt Elling een bijzondere band met Amsterdam en natuurlijk is de grote zaal van het Concertgebouw "the most wonderful place". Het is niet met dit soort obligate opmerkingen dat de Amerikaan de zaal voor zich inneemt, dat doet hij door de namen van dirigent Henk Meutgeert en alle solisten van het orkest uit zijn hoofd te kennen. 

Het programma dat Elling en The Jazzorchestra of the Concertgebouw vanavond verzorgen, heeft twee pijlers: repertoire van Frank Sinatra en werk van 1619 Broadway: The Brill Building Project, een album van Elling uit 2012 met songs die door de jaren heen ontstaan zijn in de studio's van Brill Building in New York City. Een enkel uitstapje behoort ook tot de mogelijkheden, zoals een bigbanduitvoering van Steppin' Out  van Joe Jackson. Veel van de stukken zijn bekend, maar veel gerenommeerde nummers ontbreken ook en het concert is beslist geen vertoning van louter greatest hits. Songs die wel de revue passeren zijn onder meer All of me, A house is not a home, Come fly with me, Little darling en The lady is a tramp.

Er is de dag tevoren flink gerepeteerd met het orkest. Elling komt in deze setting goed tot zijn recht, hoewel hij met zijn eigen ensemble vrijer oogt, hij zit nu toch vooral vast aan de arrangementen. De zanger maakt al jaren in zijn eentje de top uit van de vocale jazz en dat wordt in het Concertgebouw bevestigd. De man straalt een enorm gezag uit, bekrachtigd met een goddelijke stem. Het basismateriaal is uitmuntend en zoals hij dat inzet, is superieur.
Het lijkt een kunstje maar kan elke keer weer overtuigen: een crescendo tot hij op volle sterkte galmt en dan een decrescendo om de toon mooi afgerond te beëindigen, al dan niet met een licht vibrato. Het lijkt alsof je de volumeregelaar van een versterker heel langzaam open- en dichtdraait, zo gelijkmatig. Elling kan ook vanuit het niets uithalen, zonder naar de noot toe te zingen, maar die direct te pakken. Bij groot volume en in de hoge noten blijft zijn stem mooi intact, hij knijpt of piept nergens. Elling gaat af en toe over op scatten, maar dat gebeurt haast onmerkbaar, de gezongen woorden gaan vloeiend over in stemimprovisaties en vice versa. Alles is even buigzaam.

Elling schrijft teksten op bestaande instrumentale solo's uit de jazzgeschiedenis. "Vocalese" wordt dat genoemd. Dat deed hij ook met John Coltrane's A love supreme. In een zinderend slotstuk haalt hij alles uit de kast met afsluitend waanzinnige falsetuithalen waar geen soul- of r&b-zanger aan kan tippen. Superieur, inderdaad.