Publicaties‎ > ‎

Kika Sprangers

Interview Kika Sprangers, saxofonist, componist, bandleider, 8 augustus 2017

Ze vat haar werk ernstig en serieus op, maar altijd weer is daar die prachtige lach op haar gezicht. Stralend komt saxofonist Kika Sprangers (Nijmegen, 1994) aanlopen bij de Tolhuistuin aan de noordoever van het IJ, hoe hard ze de paraplu boven haar hoofd ook nodig heeft. We hebben afgesproken omdat Sprangers zaterdag op het Grachtenfestival optreedt in de Waalse Kerk met haar Large Ensemble. Daar toont ze het resultaat van een project dat begon met een pitch voor het Grachtenfestival, waarbij ze het als jazzmusicus moest opnemen tegen collega's uit de klassieke hoek. De opdracht was om een speciale compositie te maken rond het thema In Stijl, met referenties aan de honderdste verjaardag van kunststroming De Stijl. Bij de pitch gaf Sprangers een mondelinge presentatie van haar stuk en een kort optreden met het Large Ensemble. Zij won en werkte haar compositie uit tot Nieuwe beelding, een suite  in vier delen, die alle op specifieke kunstwerken van Piet Mondriaan, Bart van der Leck, Gerrit Rietveld en Theo van Doesburg zijn gebaseerd.

Sprangers: "Ik was wel redelijk bekend met het werk van Mondriaan en Rietveld, maar zij behoorden niet tot mijn favoriete kunstenaars. Voor mij had een muziekstuk over de kunst van  impressionist Claude Monet meer voor de hand gelegen, omdat ik daar veel bij voel. Achteraf gezien bood De Stijl me meer mogelijkheden, omdat dat werk niet een uitgesproken stemming heeft en ik daar dus meer kanten mee op kon. Monet heeft een duidelijkere sfeer, waardoor ik me beperkter zou hebben gevoeld. Het grafische karakter van veel werken van De Stijl en de compositiekunst spreken me erg aan, maar ik word er niet zozeer door geraakt, wat wel belangrijk voor me is. Bij beeldende kunst en muziek gaat het mij vooral om schoonheid, maar verwar dat alsjeblieft niet met zoetsappigheid. Impro, avant-garde en vernieuwing boeien me, maar ik zoek die niet. Wel sta ik altijd open voor nieuwe inspiratiebronnen, en daarin past de opdracht van het Grachtenfestival rond De Stijl prima."

Sprangers dook in het werk van de kunstenaars en analyseerde dat zodanig dat het aanknopingspunten bood voor een verklanking door haar Large Ensemble, dat naast een ritmesectie drie zangeressen en een vierkoppige blazerssectie heeft. Ze besefte dat ze zich met programmatische muziek die een verhaal of een kunstwerk uitbeeldt op glad ijs begeeft, omdat die al gauw in clichés kan vervallen, erg persoonlijk gebonden is, en omdat muziek uiteindelijk zeer abstract is. Sprangers: "Het is allemaal mijn eigen interpretatie, maar er is zeker een verband tussen de kunstwerken en mijn suite. Ik heb dat ook duidelijk kunnen maken aan mijn collega's in de groep, met wie ik op één lijn ben gekomen."

"Ik heb gekeken naar alle elementen in de schilderijen en objecten van De Stijl. Mondriaan bijvoorbeeld begon zijn bekende abstracties in primaire kleuren met zwarte, strakke lijnen, die vormen het begin en de basis. Bij mij is dat een doorlopende, strakke groove geworden. Verschillende beeldelementen vormen samen een harmonische en gestructureerde compositie, bij mij geldt dat de muzikale elementen melodie, harmonie en ritmiek. Het rood van Mondriaan krijgt bij mij een uitgesproken muzikaal karakter, vrij heftig. In het algemeen heb ik akkoorden gezocht die ik associeerde met bepaalde kleuren. De ontwikkeling bij Van der Leck van figuratief naar abstract zie je terug. De beroemde stoel van Rietveld komt eveneens aan bod. Het idee daarachter was, dat Rietveld de ruimte zo ononderbroken mogelijk wilde laten, ondanks dat een stoel als object daar wel inbreuk op maakt. Die gedachte heb ik muzikaal ook uitgewerkt."

Voor Sprangers zat er een sterk analytische kant aan deze opdracht, maar zij heeft vooral ook haar intuïtie en associatievermogen laten werken. Bij het hele schrijfproces wilde ze daarnaast haar eigen, persoonlijke stijl door laten klinken. Na interpretatie van de kunstwerken was het nog een heel gepuzzel om de arrangementen voor zo'n grote groep te schrijven. Bij het optreden in de Waalse Kerk zijn er mogelijkheden voor improvisatie, waarbij solisten binnen zekere kaders een behoorlijke vrijheid krijgen. 

"Ook de ambiance van de Waalse Kerk is van belang. De omstandigheden in de kerkzaal zijn heel goed voor het Large Ensemble. Met enige aanpassingen van het spel aan de akoestiek zal het uitstekend klinken. Dat mag ook wel, want mijn hele persoonlijkheid zit in de muziek. Gelukkig wijst alles erop dat het straks klinkt zoals ik het bedoeld heb."