Publicaties‎ > ‎

Joris Roelofs

Interview Joris Roelofs, altsaxofonist, basklarinettist en componist, 27 februari 2015

Bij gesprekken met jazzmusici komen altijd dezelfde namen bovendrijven als het gaat over talenten in het Nederlandse muziekcircuit. Een van hen is steevast Joris Roelofs, die inmiddels de dertig al is gepasseerd, maar wiens carrière zich nog steeds in opwaartse richting beweegt. Begonnen als klarinettist en later ook actief op altsaxofoon, bespeelt hij nu vooral de basklarinet. Op 11 maart staat hij met zijn trio in Splendor Amsterdam. 

Roelofs zit nog midden in een verhuizing als het gesprek plaatsvindt. Omdat hij jaren in New York heeft gewoond, heeft hij weinig woonduur opgebouwd in Amsterdam. Voorlopig is hij onder de pannen, maar hij heeft een permanent verblijf in de Nederlandse hoofdstad voor ogen. Wel blijft hij spelen met zijn vaste New Yorkse collega's bassist Matt Penman en drummer Ted Poor, die in Splendor ook van de partij zijn. Roelofs: "De producer van mijn debuutalbum Introducing Joris Roelofs  kende Matt en vroeg hem mee te spelen. Dat pakte goed uit. Ted zag ik spelen in New York. Dat beviel me zo goed dat ik op hem afgestapt ben en hem gevraagd heb." Met hen nam Roelofs vorig jaar het bejubelde Aliens Deliberating op. Ook deed het trio een tour in Europa.

Het optreden in Splendor is onderdeel van een nieuwe serie optredens in Europa. "Als Ted en Matt beschikbaar zijn, dan moet ik dat uitbuiten. Ik bel dan iedereen op om gigs te regelen. Dat is hoe het momenteel werkt, helaas. Ik heb een dagtaak erbij aan pr, marketing en boekingen. Dat is gekkenwerk. Het aanbod aan artiesten is enorm, een programmeur krijgt misschien wel driehonderd mailberichten per dag. Ik wil graag veel spelen, maar dan niet allerlei schnabbels als achtergrondorkestje. Jamsessies doe ik wel, omdat het daarbij toch meer om de muziek gaat, ook onderling met de collega's. In de Engelbewaarder (sessiecafé in Amsterdam) heb ik leren spelen." Dat perfectioneert hij met zijn New Yorkse vrienden.

Waarom werken de drie zo graag samen? Roelofs: "Onze karakters zijn complementair, we vullen elkaar goed aan. We hebben een gemeenschappelijke smaak, niet alleen muzikaal. Weliswaar zitten we ieder in een geheel andere levensfase, maar we delen wel veel interesses. Zij vinden mijn muziek leuk en waarderen de basklarinet heel erg. We houden er alle drie van om de rollen te verwisselen bij het spelen, dan blijft het spannend. Daarbij steunen we nooit op de setlist, die bepalen we pas op het podium."

Roelofs speelde eerder met gitarist Reinier Baas, ook een goede vriend van hem. Als duo staat een aantal concerten op stapel. Dan is hij nog solist in het Jazz Orchestra of the Concertgebouw (JOC), een orkest dat volop in beweging is en met een nieuwe directeur en wisselende dirigenten een andere koers uitzet. "Misschien is het wel goed dat het JOC geen vaste dirigent heeft, dat zorgt voor variatie." Ook is Roelofs aan het broeden op plannen voor het ensemble Chambertones. Dit drumloze collectief met gitarist Jesse van Ruller en bassist Clemens van der Feen wordt alom de hemel in geprezen en kan altijd nieuwe impulsen gebruiken. "Zoals Clemens speelt, dat zie je nergens, en Jesse is een wereldster." 

Wat in elk geval al vastligt, is de tour met Penman en Poor en het plan voor een cd. "Tijdens de tournee maken we opnames in München voor een nieuwe plaat, die bij het Duitse Pirouet uit moet komen. Deze platenmaatschappij doet veel publiciteit voor ons. Ook de productie en het artwork zijn in hun handen. Op het album komen composities van mij, aangevuld met werk van Guillaume de Machaut en Duke Ellington." Roelofs beschouwt deze jazzlegende als een geniale componist die het genre overstijgt. Hij houdt zich evenwel de laatste tijd vooral bezig met klassieke componisten, zoals Scriabin, Alban Berg en Anton Webern. "Hun stukken bestudeer ik harmonisch tot op het bot, waarbij ik nauwkeurige analyses maak van de verschillende partijen. Het is essentieel dat ik deze kennis uitwissel met collega's zoals Reinier. Daarbij komt het dagelijkse studeren op de basklarinet, die ik ontdekte toen ik bij het Vienna Art Orchestra speelde en moest invallen voor een collega. Het instrument kent nog steeds geheimen voor me en die wil ik allemaal doorgronden. Als ik met muziek bezig ben, dan duik ik er helemaal in."