Publicaties‎ > ‎

Jeroen Zijlstra Waterman

Jeroen Zijlstra, Waterman, De Kleine Komedie, 4 februari 2018

Na zes try-outs beleeft zanger en jazztrompettist Jeroen Zijlstra met band in De Kleine Komedie de premiëre van de voorstelling Waterman, viering van zijn twintigjarige jubileum. De voormalige zeevisser en bandleden maken zoveel indruk met hun geperfectioneerde muzikaliteit en samenspel, en hun hartelijkheid, dat het publiek ten diepste bemoedigd en gezegend is, net als in de kerk die voor Zijlstra zo belangrijk is, naast kroeg, zee en liefde.

De trossen zijn los als de band zichzelf met rookmachine en rock meteen stevig neerzet, maar Zijlstra is helder: hij rookt niet meer en hij wil wel stampij maken en vrolijk zijn, maar hij wil ook ontroeren en zijn pijn en verdriet delen. Als hij vertelt dat hij in 1975 op zijn tiende voor het eerst een besef en gevoel van alleen-zijn had, grijpt hij terug op vertrouwde teksten: Kyrie Eleison: Heer ontferm u. Heel stilletjes klinken vanaf de oplichtende zijkant van het podium de mondharmonicatonen van Hermine Deurloo op en de zang van Lydia van Dam. Zij voegen zich als gasten in het groepsgeluid van saxofonist Jan Menu, toetsenist Pieter Jan Cramer, bassist Edwin Wieringa en drummer Nout Ingen Housz. Dit is niet louter muzikaal, maar existentieel menselijk.

Even later is er een laconieke, zacht swingende jazzsfeer met lopende bas en brushes. Zijlstra zingt en declameert in het Nederlands en speelt trompet als een windvlaag, of onversterkt vanuit de coulissen. Menu is ongelooflijk scherp, gevoelig en speels in zijn spel, op bariton, tenor en sopraan. Cramer is op de vleugel alleen goed hoorbaar in rustigere nummers en klinkt dan klaterend, op Nord Electro brengt hij vooral accenten aan. Wieringa krijgt een solo op contrabas en laat de snaren resoneren, terwijl Ingen Housz zowel met rock als jazz in varianten uitstekend uit de voeten kan. “Je voelt dat je leeft”, zingt Zijlstra. Buiten op straat na afloop op de zondagavond lijkt Amsterdam een dorp, zoiets als Durgerdam, waarover Zijlstra de loftrompet steekt in zijn onvergetelijke lijflied.