Publicaties‎ > ‎

Jazzland Community

Jazzland Community, Bimhuis Amsterdam, 22 november 2012

Belcanto zingen bij een jazzconcert. Rietblazer Hakon Kornstadt doet het op het feestje van Jazzland, het recordlabel van de Noorse pianist Bugge Wesseltoft. Het is illustratief voor het optreden, dat lastig valt in te kaderen. Soms klinken oosterse klanken, verderop hoor je een countrywijsje en dan weer zijn er klassiek aandoende jazzthema's. 

Wesseltoft werd in de jaren negentig bekend met zijn groep A New Conception Of Jazz, een project dat al gauw het predikaat Future Jazz verwierf. Hij gebruikte daarbij elementen uit dance, techno, ambient en noise. Vanavond in het Bimhuis presenteert hij onder de noemer Jazzland Community verschillende artiesten die hij bij zijn platenlabel onder de hoede heeft. 

Kornstadt opent de avond solo met hortende en stotende saxofoonklanken, inventief afgewisseld door spel met harmonische buigingen en vloeiende golven. Hij brengt ritmiek in door middel van de kleppen van zijn instrument. Via een loopstation bouwt hij laag op laag, waarna hij opeens begint te fluiten. Even later zingt hij vanuit een jazzthema plotsklaps met sonore baritonstem een miniopera. De sfeer van de muziek is stemmig, zeker als Kornstadt de flutonette tevoorschijn haalt, een kruising tussen een fluit en een klarinet.

Het trio van violist Ola Kvernberg brengt een geheel andere sfeer met zich mee. Bij de combinatie van elektrische viool en jazz denk je al gauw aan Jean-Luc Ponty. En dit trio heeft inderdaad een associatie met diens jazzrock uit de jaren zeventig. Kvernberg breidt de mogelijkheden van zijn instrument uit, door er als op een banjo op te tokkelen en via loops de viool als een elektrische sologitaar te bespelen. Vaak wordt er langzaam toegewerkt naar een climax, vanuit klein gehouden spel naar een forse uitbarsting.  

Wesseltoft brengt solo aan de vleugel enkele stukken van zijn album Songs, dat dit jaar uitkwam. De plaat bevat louter minder of meer bekende jazzstandards. In het Bimhuis speelt hij geheel eigen versies van de klassiekers. Door het langzame tempo en het bedachtzame toucher heeft de muziek een overwegend contemplatief karakter. Noten zijn spaarzaam.

Ook Mari Kvien Brunvoll treedt solo aan. Zij werkt met stem, een loopstation en een autoharp. Ze is daarbij in de weer met allerlei knopjes en kastjes en lijkt volledig in zichzelf op te gaan met haar bezwerende en esotherische klanken. Communicatie is er wel als het voltallige gezelschap aantreedt voor de finale. Een geroezemoes aan tonen mondt uiteindelijk uit in een bevrijdende groove met splijtend saxofoonspel van Kornstadt.