Publicaties‎ > ‎

Jazzfestival Trommel

Interview Joost Patocka, slagwerker, organisator van jazzfestival Trommel in jazzkerk Aartswoud, 23 mei 2017

"Drummers zijn de baas", zegt Joost Patocka, en hij trekt er een triomfantelijk gezicht bij. Op het jazzfestival Trommel in de jazzkerk in Aartswoud staan morgen bekkens, hihats, toms en snaredrums centraal en viert de ritmiek hoogtij. Verwacht geen ellenlange en obligate drumsolo's; de vijf aanwezige slagwerkers spelen in hun functie als bandleider. Initiatiefnemer, organisator én drummer Patocka (Amsterdam, 1969) is erin geslaagd topmusici te strikken, uiteenlopend van pril talent tot door en door gerijpte veteranen.

Patocka: "Ik organiseer nu zes jaar jazzconcerten in de kerk in Aartswoud. Ik wilde nu eens iets groters dan een enkel optreden op een avond. Dan denk je al gauw aan een festival, maar het moest wel iets bijzonders zijn. Het is lastig om je tegenwoordig nog ergens mee te onderscheiden, en het idee om drummers in de spotlight te zetten met hun eigen bands was voor mij zowel voor de hand liggend als origineel."

"Ik wilde jong talent een podium bieden en dat is gelukt met de deelname van Wouter Kühne, die pas twintig jaar is en in een trio speelt met onder meer saxofonist Gideon Tazelaar, ook een toptalent. Er is ook een prijs verbonden aan Trommel en die gaat naar Wouter, die respect heeft voor de traditie en van daaruit zijn eigen geluid ontwikkeld heeft met een vlekkeloze techniek. Op die leeftijd haalde ik zelf dat niveau lang niet. Als prijs krijgt Wouter het Sena Performers Gouden Slifje uitgereikt, een wisseltrofee die ontworpen is door Han Bennink, deelnemer aan het festival, en naast drummer beeldend kunstenaar. De term 'slifje' is afkomstig van Misha Mengelberg, die brushes zo noemde. Het hanteren van brushes is typisch voor de jazz. Ik vind een kunstwerk leuker dan geld en het dient vooral ter inspiratie. Opzet is, om Trommel elk jaar te houden, inclusief het Slifje."

"Belangrijk ook in Aartswoud is de aanwezigheid van theatermaker en presentator Wilfried de Jong, die ik als een belangrijke ambassadeur van de jazz beschouw. Hij krijgt van mij carte blanche, maar zal in elk geval de opening verrichten en presenteren, mogelijk met poëzie en verhalen. Wilfried is zeer veelzijdig, en ik vind eigenlijk alles wat hij doet goed, ik wilde hem er graag bij hebben. De eerste drummer voor het festival aan wie ik dacht was trouwens Han Bennink. Wat moet ik nog over hem zeggen: Han is Han. Hij is 75, maar hij speelt nog altijd met een haast kinderlijke blijheid. Met een enorme gedrevenheid gaat hij het instrument te lijf. Hij is beïnvloed door de Amerikanen, maar heeft op zijn beurt tallozen beïnvloed en is zich door blijven ontwikkelen. Op Trommel speelt hij in een duo met rietblazer Joris Roelofs."

"Erg blij ben ik ook met Martijn Vink, die onder andere in de band van Anouk speelt. Martijn speelt morgen voor het eerst onder eigen naam, met een eigen trio. Ik hoorde hem in een kroeg in Den Haag in 1993. Zijn naam ging rond, we zouden hem wel eens even checken. Als fenomeen is hij onvervangbaar. Hij drukt altijd zijn eigen stempel op de muziek, waarbij hij het hele palet aan mogelijkheden van het slagwerk bedient. Soms komt alle geluid uit een paar cimbals."

"Jochen Rueckert komt oorspronkelijk uit Keulen en werkt al twintig jaar vanuit New York. Hij speelde onder meer bij gitarist Kurt Rosenwinkel en neemt morgen Mark Turner mee, een van de spraakmakendste Amerikaanse tenorsaxofonisten. Jochen is helemaal in control, zonder onderscheid in links of rechts spelen. Bij hem hoor je vanuit de traditie de toekomst doorsijpelen met een enorme intensiteit. Ik hoorde hem voor het eerst op een cassettebandje en dacht: wat is dit?"

"Over mezelf ga ik niet praten, maar ik speel morgen in een kwintet met daarin Joris Roelofs en altsaxofonist Ben van Gelder. Meer hoef ik toch niet te zeggen?"