Publicaties‎ > ‎

Jazzfest Amsterdam 2014

Jazzfest Amsterdam 2014, Studio/K-complex Amsterdam, 15 november 2014

Jazzfest is ongetwijfeld het beste jazzfestival van Amsterdam. Zo! Die zit alvast. Wil je een representatief beeld krijgen van de muzikale stand van zaken in de stad en eigenlijk in heel Nederland, dan moest je zaterdag in het complex van Studio/K zijn in Amsterdam Oost. Het geheim zit hem in de initiatiefnemers en organisatoren Felix Schlarmann en Norbert Kögging: zij zijn zelf musici, die midden in de scene zitten en direct reageren op wat er gaande is. Dat resulteert in een programmering van grote relevantie en actualiteit. Geen enkel festival kan zonder een publiekstrekker, in dit geval New Cool Collective, maar hier staat toch vooral de kwaliteit van de muziek voorop en niet de commercie, mocht die tegenstelling nog bestaan.

Er heerst na aanvang al gauw een echte festivalstemming. Een gevoel van opwinding hangt in de lucht, er moeten keuzes gemaakt worden in het te volgen programma, het eten is goed, de koffie is goed en het bier is goed. Jazzfest draait voornamelijk op vrijwilligers, zonder uitzondering studenten van het conservatorium en andere muzikanten. Zij zorgen voor een vrijwel vlekkeloos verlopen evenement, terwijl Schlarmann en Kögging op alle plekken tegelijk zijn.

Krupa and the Genes is een heuse Amsterdamse supergroep, die weliswaar net is gevormd, maar waarvan de leden elkaar al langer kennen en in wisselende combinaties hebben samengespeeld. Zij zorgen voor de openingsact en meteen ook voor een fijne opwarmer. De dubbele bezetting van drums, gitaren en blazers zorgt voor een vrij massief geluid zonder al te veel subtiliteiten. Effectief is het wel, vooral het nummer Droplul van bandlid Anton Goudsmit kan op veel bijval rekenen, waarbij de duoslagwerkers voor veel turbulentie zorgen. Latijns-Amerikaanse ritmes en een veelbelovend crescendo eindigen echter onbestemd. Het opzwepende laatste stuk gaat in galop richting einde van de set, die in het algemeen wat meer lucht in de sound zou mogen bezitten.

Die is er wel bij de band Tommy Moustache met saxofonist Jasper van Damme, vooral door een aangename portie humor, die niet alleen muzikaal is, maar ook visueel. Daarnaast heeft de band een bezetting die de kans op dichtslibben wat kleiner maakt. Jazzachtige thema's krijgen een indierock voortzetting, terwijl even later ook hier Zuid-Amerikaanse klanken overheersen. De crescendo's en versnellingen leiden tot een climax en verzanden niet. Variatie genoeg bij deze leuke band, een terechte deelnemer van Jazzfest.

Veel recensenten en liefhebbers stonden een jaar geleden te juichen toen het soloalbum van pianist Kaja Draksler uitkwam. Vanuit Slovenië kwam zij via Groningen in Amsterdam terecht, waar zoveel prachig talent uit het buitenland rondloopt, ook nu op Jazzfest. Draksler beschikt over een volstrekt eigen idioom met heldere structuren, ongebruikelijke combinaties van intervallen, zich onregelmatig herhalende notenreeksen en een terloopse linkerhand. Soms lijken de noten te stokken, maar zij komt altijd met een muzikale oplossing. Een ballad wordt zo teer geweven dat ademen gewelddadig lijkt. Draksler is dan heel serieus, maar even later toont zij een ontwapenende lach en lijkt alles spielerei.

Het Turks-Roemeens-Nederlandse Horizon Trio werkt ook vanuit een heel eigen invalshoek en bezit ook een unieke toon. Het wordt gevormd door een zangeres-stemkunstenaar, een gitarist-violist en een altklarinettist. Omdat ze maar met zijn drieën zijn is iedereen eigenlijk altijd solist, ook al lijkt de rol begeleidend. Zij combineren aantrekkelijke elementen van westerse jazz met Turkse en balkanmuziek. Het spel is delicaat, vol wendingen, waarbij voortdurend wisselende duo's ontstaan binnen het trio. Sanem Kalfa is met haar grote persoonlijkheid het boegbeeld van dit drietal. Haar stemgeving is veel gevarieerder dan die van een doorsnee scatzangeres, daarvoor heeft zij ook het benodigde bereik.  

Het lukt nog net om een paar nummers van het Lars Dietrich Trio mee te krijgen. Genoeg om te constateren dat deze band met zijn dubstep een hoog abstractieniveau heeft. De muziek lijkt te verdwalen in de vele mogelijkheden van elektronica, en het geluid is in deze zaal niet optimaal. Jammer, want Dietrich is misschien wel de beste altsaxofonist van Nederland.

In de grootste zaal van het complex is het optreden van een ensemble met de Israëlische gitarist Gilad Hekselman. Ook daar speelt de akoestiek de muziek parten. Afsluiter New Cool Collective heeft daar later minder last van, dan wordt het geluid danig geaborbeerd. Maar ja, het staat daar ook mudjevol.