Publicaties‎ > ‎

Hermine Deurloo

Interview Hermine Deurloo, mondharmonicaspeler en saxofonist, 25 augustus 2014

Ze wordt door sommige media beschouwd als opvolger van Toots Thielemans, maar zelf vindt ze dat volstrekte onzin. "Niemand heeft een opvolger. Muziek maken is altijd een uiting van een eigen unieke persoonlijkheid", zegt mondharmonicaspeler Hermine Deurloo. "Bovendien zouden anderen ook aanspraak kunnen maken op die titel", voegt ze in alle bescheidenheid toe.

Toch is de associatie met Thielemans niet ongerijmd. Er zijn weinig andere referenties op het gebied van jazzharmonica en Deurloo raakte op jonge leeftijd al betoverd door het meeslepende geluid van de Belg. "Hij was de reden om het instrument te gaan spelen." Aanvankelijk studeerde zij saxofoon op het conservatorium van Amsterdam. Toen zij bij muziekwinkel Hampe op het Spui kwam en een chromatische mondharmonica zag liggen, zei de verkoper: "Dat is het instrument waar Toots Thielemans op speelt." Deurloo: "Meer aansporing had ik niet nodig." Ze heeft de bekende muzikant vaak zien spelen en hem daarbij ook steeds gesproken. "Enige tijd terug op het Antwerpse festival Jazz Middelheim belde hij me op en zei 'Hallo Hermineke', om me succes te wensen met mijn optreden."

Deurloo staat zondag 7 september in de North Sea Jazz Club met een programma rond Brazilië. "Ik zocht een originele invalshoek om Toots te eren, want ik wilde niet al diens kaskrakers spelen. Ik zoek altijd naar manieren om ergens mijn eigen draai aan te geven. Ik kwam uit bij Braziliaanse muziek, die bij Toots centraal staat op een drietal albums." "Programmeur Niels Nieuborg van de North Sea Jazz Club had een gewillig oor en vervolgens heb ik een aantal favoriete artiesten uitgezocht, onder wie de Braziliaanse zangeres Lilian Vieira en een strijkkwartet. De stukken zijn speciaal gearrangeerd door Rutger Molenkamp en zijn niet al te bekende songs uit de jaren zeventig, maar wel allemaal even prachtig. Veel mensen denken bij bossa nova aan salonmuziek. Het genre is echter zeer divers, met vaak schitterende melodieën en harmonieën en met nummers die politieke teksten bevatten. We brengen zeker geen achtergrondmuziek, daarentegen wel soms ruig werk."

Deurloo beschouwt zichzelf meer als improvisator dan als jazzmuzikant. "Als kind van een jaar of acht zat ik op de blokfluit te improviseren en later op de cello bedacht ik ook van alles ter plekke. De reden om sax te kiezen voor mijn studie was de grote mogelijkheid tot vrij spel op het instrument. Op het conservatorium speelden we veel bebop. Later werkte ik jarenlang met Willem Breuker, waarbij het geheel de andere kant op ging met een veel vrijere benadering. Ik wil de harmonie kennen, maar er ook uit kunnen stappen. Mijn voornaamste doel is om een verhaal te vertellen waar mensen van opkijken, dat kan zeer grillig zijn, of juist heel romantisch. Bij het componeren ben ik heel kritisch en gooi ik veel weg dat ik niet bruikbaar vind. Ondertussen ontdek ik steeds beter wat goed werkt. Improvisatie blijft essentiëel, maar ik schrijf wel stukken met een begin en een eind, met een inhoud. Ik streef ernaar steeds meer mijn eigen stem te ontwikkelen."

"Misschien ga ik daarbij de richting op van de moderne klassieke muziek, dat lijkt me interessant. Wellicht kan ik daarbij de sopraansaxofoon gebruiken. Ik vind dat ik echt iets te melden heb, het gaat me allemaal erg makkelijk af en de optredens bezorgen me enorm veel plezier." Deurloo zit vol plannen, die echter nog even binnenskamers blijven. Plannen die alleen gerealiseerd kunnen worden door noodzakelijke zijdelingse activiteiten als pr, marketing en boekingen. "Gelukkig word ik steeds meer gevraagd. Mijn netwerk is groot, ik leg makkelijk contacten. Het is ook allemaal veel handiger met die sociale media. Ik maak veel gebruik van YouTube. Boekingen zijn tegenwoordig lastiger omdat veel podia zijn verdwenen, niet zozeer in Amsterdam, maar wel in de provincie. Aan het niveau van de artiesten in Nederland ligt het niet, dat is heel goed. Ik zie het allemaal positief in: door concurrentie en noodgedwongen gaan mensen zich onderscheiden met originele dingen. Wat dat betreft was mijn tijd bij het Willem Breuker Kollektief een goede leerschool. Breuker liet me eens heel lang soleren. Ik gaf hem hints om het orkest te laten invallen, maar hij deed alsof zijn neus bloedde. Uiteindelijk kreeg ik nieuwe ideeën, dat was zijn opzet. Ik moest wel."