Publicaties‎ > ‎

Han Bennink

Interview Han Bennink 75 jaar, ICP Orchestra 50 jaar, 17 oktober 2017

"Kijk, er loopt zomaar een beroemde musicus over straat", zegt Han Bennink, terwijl hij nipt aan zijn witte wijn. "En er zit ook een op het terras", vult manager Susanna von Canon aan, met een knipoog naar de drummer, die ziet dat Theo Loevendie een vuilniszak naar de ondergrondse container brengt. "Hij zet zeker zijn oude composities bij het huisvuil", grapt Bennink.

We zitten bij het roemruchte café Welling achter Het Concertgebouw in Amsterdam in het zonnetje op een mooie herfstdag en zijn bijeen vanwege de 75ste verjaardag van Bennink op 17 april 2017 en het vijftigjarig bestaan van Instant Composers Pool Orchestra (ICP). Daarvoor waren we bij een concert van ICP-leden in verzorgingstehuis Emmahof, waar oprichter van het orkest Misha Mengelberg woont. Daar is hij in goede handen, met een kwaliteit van zorg die tegenwoordig niet vanzelfsprekend is. De bejaarde bewoners kunnen zo lethargisch en dement niet zijn of ze reageren op de klanken van ICP, sommigen met het optrekken van een wenkbrauw, anderen met een lach of geklap. Personeel maakt een dansje. 

Mengelberg zelf lijdt al enige tijd aan dementie, kan nauwelijks meer praten en is volkomen immobiel. Wel reageert hij nog op muziek, want Bennink vertelt dat hij nog loepzuiver de juiste noot floot toen violist Mary Oliver haar instrument stemde. Of hij zich nog realiseert dat al die prachtige muziek die voor hem gespeeld wordt, door hemzelf gemaakt is, is echter onwaarschijnlijk. Dat ICP vijftig wordt en Bennink 75, zal hij niet beseffen. Bennink: "Die 75ste verjaardag loert nu wel om de hoek, ik hoop dat ik het haal, nee serieus, ik heb de laatste tijd verschillende lichamelijke ongemakken gehad." Bennink maakt echter de indruk in blakende gezondheid te verkeren en niet gehinderd te worden door enig gebrek. Naar eigen zeggen misdraagt hij zich op zijn leeftijd niet meer zo als vroeger, toen hij tekeer kon gaan "als een wilde chimpansee". Wel is hij volop actief en heeft hij de energie van een jonge hond. 

Momenteel toert hij door Nederland met ICP, over een paar dagen zal hij in het Bimhuis staan met het voltallige orkest, waarschijnlijk voor een publiek met veel oude bekenden en taaie fans. "Het is moeilijk om de club bijeen te brengen, met zoveel mensen, van wie enkelen in het buitenland wonen. Iedereen heeft zoveel verplichtingen." De afgelopen dagen heeft Bennink met het orkest schoolconcerten gespeeld voor in totaal zo'n duizend enthousiaste basisschoolleerlingen in het programma Bim Bam Bennink. Von Canon laat later de lesbrief zien die vergezeld gaat van dit project en die is opgesteld door een educatiemedewerker van het Bimhuis. Het is een leerweg om kinderen te onderwijzen en inzicht te geven in de muziekgeschiedenis, de praktijk van musiceren en de de verschillende muziekinstrumenten.  "In een bomvol Bimhuis brulden en juichten ze mee met het orkest, dat deze concerten met veel plezier doet. De leerlingen blijven vragen stellen", zegt Von Canon. Bennink: "Voor de kinderen spelen we hetzelfde repertoire als voor de bejaarden in het verzorgingstehuis."

In het kroonjaar komt een boek uit met grafisch werk van de drummer, samengesteld door boekontwerper Irma Boom. Naast veel beeld zal de publicatie ook tekstuele bijdragen bevatten van Benninkbiograaf Erik van den Berg, kunsthistoricus Hans Sizoo en theatermaker Wilfried de Jong. Het boek is verrijkt met foto's van Pieter Boersma, die Bennink en ICP talloze keren vastlegde. Bennink: "Ik heb er moeite mee om mezelf kunstenaar te noemen. Ik noem mezelf makkelijker drummer dan kunstenaar. Er zijn meer mensen die beeldende kunst combineren met muziek, zoals mijn geliefde collega Peter Brötzmann. Pianist Alfred Brendel maakt aquarellen en poëzie. Ik kan makkelijk overstappen tussen beide disciplines. Ik heb nooit een keuze hoeven maken, hoewel ik soms wel getwijfeld heb. In mijn werkruimte had ik altijd én een drumstel én een tekentafel. Ik verdien het makkelijker met muziek, hoewel ik qua geld op twee verkeerde paarden heb gewed." Toch komt er in 2017 ook een grote expositie van zijn kunstwerken, in museum Kranenburgh in Bergen Noord-Holland. Volgens Von Canon is dat een terechte erkenning, zij kreeg jarenlang brieven en kaarten van Bennink die versierd waren met tekeningen en schetsen, wat zij zeer waardeerde. "Ik heb ze allemaal bewaard en een twaalftal daarvan heb ik laten inlijsten."

Qua muziek zijn er 14, 15 en 16 april feestelijke concerten in het Bimhuis, waarvoor Bennink carte blanche heeft gekregen. De feitelijke verjaardag is op 17 april. "Op dit moment is niks nog zeker over de invulling. Ik zou graag iets doen met mensen die ik al heel lang ken, maar met wie ik nog nooit heb samengespeeld, zoals Candy Dulfer. Waarschijnlijk wordt het een mengeling van geijkte gezichten en voor mij onbekenden, ik zie wel. Naast deze serie van drie concerten spelen we een speciaal familieconcert met ICP."

Bennink doet ook binnenkort optredens met het trio waarvan hij bandleider is en dat zijn naam draagt, met saxofonist Joachim Badenhorst en pianist Simon Toldam. "De bedoeling is om opnames te maken in het Bimhuis en een cd uit te brengen. Verder staat een tournee op stapel met saxofonist Omri Ziegele. We spelen gedurende twaalf dagen in Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland."

Tot zover Benninks huidige activiteiten en feestelijkheden rond zijn verjaardag. Als je 75 wordt kan je niet ontkomen aan een terugblik. Als de verslaggever oppert om niet al te veel in het verleden te gaan wroeten, roept de drummer uit: "Godzijdank". Toch wil hij wel wat doorslaggevende momenten in zijn carrière noemen: "De eerste keer dat ik Misha Mengelberg ontmoette was in 1959, bij een schnabbel. We speelden toen stukken van Monk, een van de lievelingscomponisten van Misha. Het was meteen raak. We hebben decennialang talloze keren samengewerkt, tot voor enkele jaren terug, toen Misha dementie kreeg. Ik kwam zelden bij hem thuis over de vloer, maar we waren het vaak eens over de muziek. 

Verder bewaar ik goede herinneringen aan de samenwerkingen met Sonny Rollins en Eric Dolphy, met wie ik ook opnam." Later in het gesprek komt naar voren dat de jaren met de formatie Clusone voor Bennink ook van groot belang zijn geweest. Hij speelde van 1988 tot 1998 met cellist Ernst Reijseger en rietblazer Michael Moore en vierde grote triomfen. Uiteindelijk klapte het trio door tegengestelde karakters, een factor die het ensemble tegelijkertijd ook tot grote hoogtes op kon stuwen. Een hereniging zit er volgens Bennink niet in. De hoogtepunten in de carrière van de drummer zijn inmiddels niet aan te dragen. Von Canon: "Han zegt heel vaak: dit was het geweldigste concert ooit." Bennink: "Als het goed is, is je laatste concert altijd het beste."

In 2017 is het ook vijftig jaar geleden dat het Instant Composers Pool Orchestra werd
opgericht door Bennink, Mengelberg en Willem Breuker. Mengelberg gebruikte het begrip 'instant composing' om improvisatie mee aan te duiden. Von Canon: "ICP is het boegbeeld en het vlaggenschip van de geïmproviseerde muziek in Nederland en de composities van Misha zijn gewoon standards." Op pagina's van Muziekencyclopedie.nl is een uitgebreide biografie en geschiedenis van het spraakmakende orkest te lezen en op de website van ICP zelf staat een belangwekkend artikel van de hand van muziekjournalist Kevin Whitehead. De verslaggever stelt in het gesprek met Bennink en Von Canon voor om alle tien orkestleden over het voetlicht te brengen, te beginnen bij bassist Ernst Glerum, die muzikaal het dichtst bij de drummer staat. Von Canon begroet het voorstel met "ja, dat is leuk".

Bennink: "Ernst is mijn linkerhand en mijn rechterhand, hij is een geweldige bassist en collega. Ik betrek Ernst er altijd bij. Von Canon vult aan: "Hij is een uitstekende pedagoog en pianist en heeft ook nog eens veel humor." Bennink: "saxofonist en klarinettist Michael Moore heb ik hoog zitten. Ik wil altijd nog een cd Moore Bennink maken. Hij heeft een heel mooie toon." Von Canon: "ik smelt als ik Michael hoor spelen. Hij is een supermuzikant, een omnivoor met enorm veel muzikale kennis." Trombonist Wolter Wierbos kan zich volgens Bennink rekenen tot de wereldtop op zijn instrument. "Wolter is Wolter. Als hij van papier speelt, moet alles specifiek zijn, improvisatie beperkt hij tot het podium." Bij de naam Ab Baars roept Von Canon uit: "Wat een gentleman, met zijn elegantie". Rietblazer en fluitist Baars leeft volgens Bennink voor de muziek, met een grote intensiteit. Von Canon merkt op dat hij het repertoire verbreedt, bijvoorbeeld met werken van Charles Ives. Bennink: "Hij bijt zich vast in de materie en zit altijd te lezen, veel poëzie ook. Zijn composities zijn van grote waarde voor het orkest. Dat geldt ook cellist Tristan Honsinger (Von Canon beaamt dit, JJT), die zich als selfmade man geniaal ontpopt heeft. Hij is een karakter, wat overigens voor alle ICP-leden geldt." Over trompettist Thomas Heberer zegt Von Canon dat hij een filosoof is en een asceet. Bennink: "Toen Misha Thomas voor het eerst hoorde, haalde hij hem er meteen bij. Hij is een lieve kameraad. Dan hebben we nog violist Mary Oliver uit Californië, zij kwam naar October Meeting 1991 in het Bimhuis en bleef. Zij speelt haarzuiver en is van groot belang voor het trio strijkers binnen de band. Zij heeft een definitieve stem in ICP. Saxofonist Tobias Delius uit Berlijn heeft de sound die je horen wilt op tenor." Von Canon: "Tobias heeft een enorme talenknobbel, grote warmte en menselijkheid. Hij beschikt over zowel iq als eq." 

ICP heeft tien orkestleden, dus moet hier nog één iemand vermeld worden en dat is een verhaal apart. Guus Janssen is de nieuwe pianist in het orkest, nadat Mengelberg te ziek geworden was om nog te spelen. Bennink: "Het was voor mij overduidelijk dat Guus het moest gaan doen. Guus is opgegroeid met Misha en mij en hij heeft altijd hoog gestaan bij ons. Hij kende al het materiaal van ICP en had dus de know how." Von Canon: "Sommige orkestleden beschouwden het als verraad aan Misha om een andere pianist te nemen." Bennink brengt daar tegenin dat Misha het er indertijd mee eens was dat Janssen zich met Koeien bemoeide, de opera van Mengelberg. Hoewel de positie van Janssen in het orkest aanvankelijk tijdelijk was, heeft die nu definitief zijn beslag gekregen. Bennink: "Misha heeft de lijnen uitgezet, in die zin is het nog altijd zijn orkest. ICP heeft nog zoveel te vertellen." Voor Von Canon is ICP het mooiste orkest om voor te werken: "Het is de crème de la crème." "En het is een typisch Nederlands product", vult Bennink aan. 

Hoe zit het eigenlijk met de opvolgers van Bennink en Mengelberg in Nederland? Bennink: "Ik zie wel invloeden terug bij jonge musici. Pianist Oscar Jan Hoogland is daar een voorbeeld van. Wij hebben de traditie door willen geven en bij een aantal muzikanten is dat duidelijk. Ik zie dat bij nieuwe drummers. Het zijn echter lange trajecten van ontwikkeling. 'It's a long way to Tipperary.' De jongeren hebben het swingtijdperk gemist, waardoor zij een bepaalde timing ontberen. Ik wil geen namen noemen van grote talenten, want dan worden anderen boos, maar ik maak voor George Hadow een uitzondering. Iemand als Joris Roelofs vind ik ook heel bijzonder, ik kende hem al toen hij dertien was en alle nummers van Charlie Parker speelde. Ik werk samen met jonge talenten als Reinier Baas en Ben van Gelder, die mij als mentor beschouwen. We zijn gek op elkaar. Verder houd ik de muziekwereld niet zo goed bij, ik sluit me liever op. Ik hoop dat al die jongeren hun weg vinden. Zelf heb ik altijd een living op willen bouwen, dat heeft lang geduurd. Op een gegeven ogenblik kon ik spelen met wie ik wilde en nu word ik 75."

Op dat moment komt Theo Loevendie café Welling uit schuifelen. "Hé, niet te lang op het terras zitten hè, er moet ook nog gewerkt worden", roept hij ondeugend lachend. Dat is tegen iemand als Han Bennink met al zijn energie en werklust niet aan dovemansoren gericht. Hij staat met een ruk op, schuift wild zijn stoel ter zijde en roept uit: "En nu ga ik weg, ik word doodziek van mezelf."