Publicaties‎ > ‎

Fondse, Vloeimans & Kross

Testimoni, Martin Fondse, Eric Vloeimans & Matangi Quartet, gast Tania Kross, De Kleine Komedie Amsterdam, 12 maart 2012

Ouwe vrienden zijn ze, en dat betaalt zich uit, twintig jaar na hun eerste ontmoeting. Als pianist Martin Fondse en trompettist Eric Vloeimans samenspelen op het podium in De Kleine Komedie is dat pure magie, een eenwording van gelijkgestemde geesten. De betovering wordt in stand gehouden doordat er voor de pauze niet geapplaudiseerd mag worden. Het eerste deel, Interiori, heeft een introspectief en introvert karakter en dat wordt versterkt door de afwezigheid van geklap. Na de pauze past dat wel, omdat de stukken een expressievere uitstraling hebben.

Vloeimans opent, zoals vaker, gevoileerd op zijn trompet, met veel wilde lucht. In opperste concentratie blaast hij uiterst tere noten, minimaal begeleid door het Matangi strijkkwartet. De verstilling op het podium is voelbaar in de zaal bij het publiek, dat behalve het applaus, ook het ritselen, hoesten en schuiven op de stoelen achterwege laat. Vloeimans ontvouwt vanavond het universum van de trompet voor de toehoorders. Natuurlijk is zijn techniek veelzeggend, maar belangrijker is dat hij zijn gevoelens uitstekend kan uitdrukken met het instrument. Dat geldt zeker ook voor Fondse, die heel klein en toch sterk sprekend op de vleugel speelt. Hij hanteert ook de vibrandoneon, een soort melodica met het geluid van een bandoneon. "De Ferrari onder de melodica's", aldus Fondse.

De muziek is sterk filmisch en kan dienen ter inspiratie voor allerlei heldere inzichten en beelden, maar zij ontroert ook. De musici hebben allen bladmuziek voor zich, maar daar laten zulke improvisatoren als Fondse en Vloeimans zich niet door beperken. Zij laten zich eveneens leiden door invallen die in het moment ontstaan en een uitweg zoeken. De strijkers van Matangi Quartet weten vaak goed spanning op te bouwen en vast te houden door staccato spel en verfijnde versieringen. Lange lijnen worden afgewisseld met korte, razendsnelle loopjes, al dan niet overgenomen door Vloeimans op trompet.

In het vervolg na de pauze, het deel Exteriori, is er meer uitbundigheid, vooral in het stuk Sneeuwvlokje, met een dansachtig karakter. Daarvoor heeft mezzosopraan Tania Kross als speciale gast al twee liederen gezongen. Vanuit het niets gaat zij de diepte in, gedurende minder dan tien minuten, indrukwekkend. Haar optreden verhoogt de feestvreugde optimaal en bandleider Fondse is wat spraakzamer naar het publiek met zijn geinige en ontwapenende opmerkingen. Hij presenteert bijvoorbeeld Vloeimans als "de man die vanavond het meeste trompet speelt". Ja, er werd gelachen en er werd gehuild in De Kleine Komedie, en zo hoort het ook.