Publicaties‎ > ‎

Fay Claassen

Interview Fay Claassen, jazzzangeres, componist, tekstdichter, 12 februari 2017

Als iemand in de voetsporen van Rita Reys is getreden, is zij het wel. De beroemde jazzdiva schoof haar indertijd zelf naar voren. Van opvolging kan geen sprake zijn, daarvoor is zang te persoonlijk, maar zangeres Fay Claassen vindt het een eer dat zij door zo'n fenomeen zo gewaardeerd werd. Claassen is vooral zichzelf, dat blijkt keer op keer en zeker ook op haar nieuwe album Luck child, waarvan zij morgen veel materiaal zingt in het Bimhuis.

Hoewel Claassen een heel team om zich heen heeft van managers, boekers en pr-professionals, stapte zij zelf af op programmeur Huub van Riel van het Bimhuis. "De persoonlijke benadering is toch het beste," zegt ze. "Sommige speelplekken zijn een must, daar moet je staan. Het Bimhuis is top." De jazzzangeres zingt standards, popnummers, traditionals en eigentijds jazzmateriaal, maar altijd is het vooral Fay Claassen die aan het woord is. "Ik ben zelf de gemene deler, ik trek de songs altijd naar mezelf toe en doe het altijd op mijn manier." Tussen de bedrijven door schrijft ze ook haar eigens nummers, zowel de muziek als de teksten. "Het is een proces dat zich aandient. Ik heb ideeën, maar moet er wel speciaal voor gaan zitten. Ik ben eigenlijk een uitvoerder die daarnaast iets eigens wil maken, al is het maar een eigen versie van een bestaand stuk. Daarbij ben ik heel kritisch op mezelf, waarbij het soms lang kan duren voordat ik iets dan ook opneem of uitvoer. In het Bimhuis kom ik met een eigen compositie en tekst, een uptempnummer. Ik houd erg van ballads, maar vanwege de spanningsboog op zo'n concertavond stop ik ook geregeld snellere nummers met meer energie in het programma."

Claassen houdt sowieso van afwisseling, ook in de bezettingen waarmee ze speelt. Ze houdt het klein bij het Peter Beets Trio en haar optredens met Cor Bakker, maar kan ook groot uitpakken zoals bij de WDR Big Band, waarmee ze Nederlandse componisten eerde met het Dutch Songbook. Straks op Valentijnsdag staat ze in de Grote Zaal van Het Concertgebouw met het Noord Nederlands Orkest als ze filmmuziek brengen. "Ik ben zoekend qua repertoire, Nederlandstalige liedjes zing ik nu ook, zoals Opzij van Herman van Veen of Is dit alles van Doe Maar, alles op mijn manier, die kan behoorlijk hardcore jazz zijn. Nederlandstalige muziek kan ook swingen, waarom niet, het kan heel verfrissend zijn."

"In het Bimhuis doen we vooral materiaal van Luck child en ook werk van Rogier van Otterloo uit Turks Fruit, een oud stuk van Benjamin Herman en iets van saxofonist Toon Roos uit het Dutch Songbook. Al langer wilde ik werk van Toon uitvoeren, toen ik hem daarover benaderde wilde hij meedoen op het podium. We spelen zonder drums, maar met piano, gitaar en bas, en dus Toon op sax; swingen doet het evengoed wel. Ik ben altijd op zoek naar een goede sound, naast schoonheid, detaillering en nuance. Nu ik geen les meer geef, kan ik mij hier volledig mee bezighouden. Ik ga nu honderd procent voor de muziek, terwijl ik vroeger erg opgeslorpt werd door het lesgeven. Ik heb dat altijd wel met hart en ziel gedaan en zag het zelfs als een roeping, waarbij ik heel wat jonge zangeressen op de rit heb gezet. Daar ben ik trots op. Het is leuk om dingen door te geven. Toch ben ik blij dat ik ermee gestopt ben. Het was een onzekere keus en ik durfde er eerst niet voor te gaan, dat ik dat nu wel gedaan heb, betekent dat ik helemaal leef voor de muziek. Ik ben musicus. Punt. Gelukkig heb ik ook fantastisch goede mensen om me heen, het zakelijke en het overzicht ligt bij anderen. Naast de muziek is mijn familie ook erg belangrijk. Ik was al bezig met Luck child toen mijn dochter geboren werd, daarom heb ik het album opgedragen aan haar."