Publicaties‎ > ‎

Endresen, Black, Stadhouders

Sidsel Endresen/Jim Black/Bram Stadhouders, Bimhuis Amsterdam, 10 november 2011

Op North Sea Jazz speelde hij nog ijsgitaar. Het is een indicatie van de experimenteerdrift van gitarist Bram Stadhouders. Zijn stijl wordt wel omschreven als atmosferisch of ambient, maar daarmee doe je de Tilburger te kort. Het spel van Stadhouders is heel persoonlijk en kenmerkt zich door aftasten en aanstippen. Zijn minimalistische inslag lijkt bescheidenheid uit te stralen, maar wat zou je hem missen als hij er niet was, hij voegt veel kleur toe. 

Toen de gitarist vorig jaar carte blanche kreeg van het Tilburgse Incubate Festival en vrijuit zijn muziekpartners mocht kiezen, zag hij een uitgelezen kans om met zijn helden te werken. Hij was een bewonderaar van de Noorse stemkunstenares Sidsel Endresen en van de Amerikaanse slagwerker Jim Black en zag een droom in vervulling gaan. Tien minuten voor ze opmoesten ontmoetten de drie elkaar pas, maar het werkte, er was een klik. Donderdagavond kwamen ze voor de derde keer bijeen, in het Bimhuis voor de happy few.

Stadhouders voelt zich sterk verbonden met landschappen, waar hij inspiratie uit put. Natuurelementen lijken overal op te doemen in de muziek. Als drummer Black over zijn trommels wrijft, is het alsof er een gure wind opsteekt. Elders waan je je verloren in vergezichten van oneindige grasvlaktes. Maar de klanken van het trio bieden ook allerlei andere mogelijkheden tot associaties. Als Endresen ongebreideld op dreef raakt met haar indringende improvisaties, is het alsof je bevangen raakt door een bezwerend sjamanistisch ritueel.

Het drietal bouwt een spanning op die geen ontlading behoeft, je zit niet te snakken naar een bevrijdende groove of beat. De spanning heeft genoeg aan zichzelf en geeft op zich bevrediging. Bij flarden is die adembenemend en fascinerend. Endresen omklemt je met haar plofklanken, haar gestotter, gekwaak, gezucht en gebubbel, wat toch nooit ongemakkelijk aanvoelt. Zelfs als ze melodische lijnen zingt, hapert ze nog vaak, heel ontregelend. Black is uiterst creatief en inventief, zijn klankrijkdom contrasteert sterk met de zuinige noten van Stadhouders. Het is niet voor niets dat zich onder het publiek nogal wat drummers bevinden, in die kringen is de New Yorker een fenomeen.

Een van de aantrekkelijke kanten van jazz is toch wel dat muzikanten zo open staan voor elkaar. Iedereen lijkt met iedereen te kunnen spelen. Monogamie kent het genre niet. Endresen, Black en Stadhouders hebben elkaar vooralsnog gevonden in een opzienbarend samengaan, dat nog lang niet is uitgewerkt.