Publicaties‎ > ‎

Doek Festival

Interview met vertegenwoordigers van Doek Festival 2013,
 27 april 2013

"Het is een geavanceerde vorm van communicatie." Aan het woord is bassist Wilbert de Joode en hij heeft het over geïmproviseerde muziek. De Joode is medeoprichter van Stichting Doek, die zich ten doelt stelt geïmproviseerde muziek te ontwikkelen en er een breder publiek bij te betrekken. Ook heeft zij bijgedragen aan meer erkenning voor deze muzieksoort, die in het verleden te kampen had met veel vooroordelen. Deze week vindt het internationale Doek Festival plaats in het Bimhuis en op locaties als Plantagedok en Delicatessen. Han Bennink, Theo Loevendie, Available Jelly, Cactus Truck en Supercity zijn maar enkele namen die optreden. 
 
De Joode, toetsenist Oscar Jan Hoogland en gitarist Jasper Stadhouders praten met groot enthousiasme over hun muziek, die zij geen genre noemen maar een benadering. Ze spelen niet gedrieën in een band maar kennen elkaar uit het circuit en zijn pijlers van Doek. Ze stellen dat geïmproviseerde muziek echt ergens over gaat en ook altijd een richting heeft. "Improvisatie wil een verhaal vertellen in klank en werkt ergens naar toe. Het is geen experiment in de zin dat we hopen dat het gaat lukken, dat gebeurt altijd, de vraag is alleen hoe het lukt", zegt Hoogland. "Naarmate het stuk vordert, of soms al na de eerste actie, wordt duidelijk waar het heengaat", legt De Joode uit. Volgens hem vraagt deze manier van musiceren een flinke muzikale bagage: "Je moet een goede techniek hebben en je instrument optimaal kennen. De rugzak zit vol met techniek, zinsbouw en vocabulaire. Ook hier geldt: veel oefening baart kunst, het is niet iets wat je zomaar kan."

Stichting Doek is een dynamische organisatie. Het is een collectief waarbij een groot aantal ensembles zijn aangesloten. Sommige bands zijn inmiddels verdwenen, maar vele kwamen erbij. Het gaat hen om het ontwikkelen van muziek, niet om een kant en klaar eindproduct. Een aantal zaken wordt vanuit een centraal kantoor geregeld, maar Doek is geen boekingsagent. Hoogland: "Er is een constante dialoog met de stad, podia, nieuw publiek, nieuw instrumentarium, nieuwe ideeën." Hij benadrukt dat bands in veel stijlen kunnen aanschuiven, zoals noise, kamermuziek, punk, elektronica, pop of jazz. Stadhouders: "We willen niet vasthouden aan één product, daarin zijn we enorm gegroeid." Het jaarlijkse Doek Festival, nu voor de elfde keer, is steeds een hoogtepunt, met niet alleen muziek, maar ook met fim, dans voor kinderen, een fietstour en een expositie in het Bimhuis.

Geïmproviseerde muziek kan voor veel mensen aantrekkelijk zijn. Hoogland: "In een wereld waarin je altijd op ieder moment alle muziek van de wereld kunt beluisteren via internet, moet een concert urgentie hebben. Er moet wat op het spel staan." Volgens De Joode is het essentieel dat de muziek zich in het moment afspeelt. "Het publiek is daarbij van groot belang als een soort extra muzikant wiens energie bijdraagt aan wat op het podium gebeurt." De ervaren improvisator vertelt dat er hier geen plaats is voor grote ego's, maar dat je wel een sterk eigen verhaal moet hebben en gevoelige antennes. "De beslissingen die je in een oogwenk neemt, dienen zich in de muziek zelf aan." Stadhouders: "Het vergt enorme concentratie en je kan niet terugkijken of vooruitzien." "Wisselwerking tussen de muzikanten is een kernwaarde", aldus Hoogland. Stadhouders voegt toe dat er bij deze wijze van werken veel extra energie vrijkomt. "Je wordt constant gevoed."

Dat de drie muzikanten steeds in verschillende bands opereren noemen ze een grote rijkdom. 
De interesse van nieuwe ensembles voor Doek vanuit binnen- en buitenland is enorm. Op de conservatoria is weinig aandacht voor improvisatietechnieken of voor de muziek van de studenten zelf en bij Doek kunnen ze daarvoor wel terecht. Dat blijft voorlopig zo want Doek is stevig verankerd in het Kunstenplan. "Dat geeft een extra verantwoordelijkheid", zegt De Joode. Hoogland stelt vast dat veel podia in het land verdwijnen en dat de overblijvers minder risico's nemen omdat ze meer publiek geld moeten genereren. De Joode onderstreept daarom nog maar eens het belang van Doek: "Het experiment aan de onderkant is van levensbelang, anders wordt de top niet van voedsel voorzien." Hoogland: "het culturele klimaat heeft verkenners nodig, wij lopen voor de troepen uit." Het drietal komt met een verrassende slotopmerking: "Uiteindelijk gaat het erom mensen bij elkaar te brengen."