Publicaties‎ > ‎

Clazz Ensemble

Clazz Ensemble, Orgelpark Amsterdam, 26 mei 2012

Ga je naar een twaalfkoppige bigband, zit je nog naar een pianotrio te luisteren. Deze in de jazz immer populaire drieledige bezetting vormt echter slechts een van de vele verschijningsvormen van het Clazz Ensemble zaterdag in het Orgelpark. Muzikanten van het ensemble duiken in allerlei combinaties op vanuit alle hoeken en gaten van het gebouw, niet altijd zichtbaar voor het publiek. Gastspeler Hayo Boersma doet van zich horen op onverwachte plekken vanachter een van de vele orgels. Pas bij de tweede set van het concert verenigt iedereen zich in een voltallig samenspel, waarbij dan ook goed duidelijk wordt wat de dynamische mogelijkheden zijn van deze flexibele groep. 

Clazz Ensemble viert zijn vijfjarig bestaan in het Amsterdamse Orgelpark met een aaneenschakeling van hoogtepunten uit de afgelopen jaren. Daarnaast is er de presentatie van het nieuwe album met werken van huiscomponist Frank Carlberg, Frederico on Broadway, waarvan drie stukken gespeeld worden. Carlberg bewijst dat hij een terechte partner is van het ensemble, omdat hij de potentie van het collectief volledig weet te benutten. In het afsluitende nummer Johnny Carlsons Bigband zorgt zijn scheppende hand voor een zinderend slot met al dat pulserende koper. Door de flatteuze akoestiek van het Orgelpark klinkt het ook nog eens allemaal enorm groot en ruimtelijk, indrukwekkend.

Een niet onbelangrijke rol speelt presentator Huib Ramaer, die als verhalenverteller weet hoe hij een publiek moet bespelen. Zijn functie omvat meer dan alleen het doen van obligate mededelingen. Zo vertelt hij een anekdote over een ontmoeting met wijlen componist Peter Schat, naar aanleiding van een werk van het Clazz Ensemble dat op diens principes gebaseerd is. Elders draagt hij een gedicht voor van Tonnus Oosterhoff, dat ingebed is in een stuk van Guus Janssen. Ramaer benadrukt dat alle hier gespeelde muziek werk in uitvoering is en dat de stukken steeds weer anders klinken. Zelfs een barokke compositie als het trompetconcert van Georg Telemann ontkomt niet aan de vrije benadering vanuit het moment.

Klassieke musici zijn vaak slecht thuis in de mores van het improviseren. Anderzijds kunnen  jazzmuzikanten zich niet op hun gemak voelen bij de uitgeschreven bladmuziek en het stramien van herhaaldelijk repeteren. Voor sommige jazzpuristen zijn noten op het papier sowieso uit den boze. Het Clazz Ensemble toont echter aan dat beide disciplines op overtuigende wijze kunnen worden verenigd. Zo klinken de strenge tonen van Louis Andriessen gezamenlijk in één programma met de vrije noten van het onvermijdelijke pianotrio.