Publicaties‎ > ‎

Bugge Wesseltoft

Overpeinzingen achter de akoestische piano

'Zeer langzaam!', beaamt pianist en componist Bugge Wesseltoft, als hij geconfronteerd wordt met het trage tempo van zijn nieuwe album Songs. De cd bevat louter minder of meer bekende jazzstandards, die Wesseltoft solo op de akoestische piano opnam en produceerde. Het zijn stukken die de Noor als kind al kende en ook al jaren thuis speelde, maar waarmee hij niet naar buiten durfde te treden omdat hij vreesde daarvoor persoonlijkheid te missen. Die uit zich nu volop met een doorleefde aanpak op zijn 47ste. Door het langzame tempo en door het bedachtzame toucher heeft de plaat een overwegend contemplatief karakter. 

'Ik kon me nergens achter verbergen, behalve de piano, dat was erg uitdagend.' Wesseltoft is erg blij met het album omdat het een andere, heel persoonlijke kant van hem laat zien naast al die elektronica. Hij nam de plaat op in zijn eigen huiselijke studio waar niemand hem stoorde. Keerzijde was dat hij van niemand feedback kreeg. Die krijgt hij ongetwijfeld wel op een promotionele tour, die hem behalve naar Amsterdam, ook tot in Parijs, Berlijn, India en Japan voert. De pianist heeft met Songs de derde bijdrage aan een trilogie geleverd, en wil zich na de optredens gaan richten op zijn band New Conceptions of Jazz waarmee hij in de jaren negentig en begin jaren nul succesvol was.

De groep komt nu terug met zijn mix van techno, noise, ambient en jazz met de inzet van een dj, maar in een andere bezetting, goede vrienden van Wesseltoft. Hoewel experimenteel, beseft hij sterk dat hij uit een traditie komt van Amerikaanse en Europese jazz, terwijl zijn eerste band notabene een punkgroep was. Zijn vader was jazzgitarist en het genre bepaalde de muzieksoort in het ouderlijk huis. Wesseltoft is zich er ook van bewust dat hij deel is van een beweging, met onder anderen Erik Truffaz, Nils Petter Molvaer en Jasper van 't Hof. 

Momenteel ziet hij belangwekkende ontwikkelingen in Duitsland en Zwitserland. Wat er in Nederland speelt, ontgaat hem grotendeels, hij kan slechts de namen noemen van Han Bennink, Ernst Reijseger en Jan Akkerman. Volgens Wesseltoft staan we nog maar aan het begin van de opmars van elektronica, die door nieuwe technieken steeds toegankelijker wordt voor velen. Op de vraag wat voor status hij electronica toekent, zegt Wesseltoft dat die 'absoluut' een instrument op zichzelf is. Hij praat enthousiast over de nieuwe generatie jonge mensen, die hun eigen denkwijzen hebben en zich niet laten beperken door techniek, maar een open en vrije geest hebben. Hoewel de Noor zichzelf geen avant-gardist noemt, loopt hij wel degelijk in de voorhoede, al is hij nu via de punk en de elektronica even terug bij de akoestische jazz op zijn recente Songs.