Publicaties‎ > ‎

Bram Stadhouders

Interview Bram Stadhouders, Amsterdam, 19 april 2017

Met zijn dansorgelproject heeft gitarist Bram Stadhouders beslist een Unique Selling Point in handen. Dat komt dan bovenop zijn markante persoonlijkheid, die al opvallend genoeg is. Hij demonstreert zijn nieuwe vondst dit jaar op festivals als Cross-Linx, Music Meeting en North Sea Jazz. Na veel trial and error is de eigenaar er bedreven in geraakt om zijn massale instrument veilig te verplaatsen, belangrijk, omdat hij het als zijn kostbaarste bezit beschouwt.

Rhapsody is de naam van het grootste mobiele dansorgel ter wereld. Er ging een hele zoektocht aan vooraf, voordat Stadhouders zijn gitaar kon aansluiten op het instrument. Stadhouders studeerde compositie bij onder anderen Martijn Padding aan het conservatorium van Den Haag en belandde voor een opdracht in het Amsterdamse Orgelpark. Daar staat een dansorgel, The Busy Drone, met een midi-ingang. Midi is een soort computertaal voor het programmeren van digitale muziek. Stadhouders kan daarmee door het bespelen van zijn gitaar orgels aansturen. "The Busy Drone was voor mij het einde. Hier had ik mijn hele leven op gewacht", zegt Stadhouders. "Ik dacht: hier sluit ik mijn gitaar op aan. Dat heb ik gedaan en het resultaat was geweldig. Ik had meteen allemaal plannen met het orgel en wilde het laten verplaatsen, maar dat ging niet. Toen zocht ik een ander orgel. Op mijn speurtocht kwam ik terecht in Museum Speelklok in Utrecht, dat gaat over zelfspelende muziekinstrumenten. Daar ontmoette ik een fan van draaiorgels. Er ontstond een levendig gesprek over de wereld van het draaiorgel, waarbij die persoon mij op talloze aspecten van deze muziekpraktijk wees. Hij attendeerde me op de Rhapsody in Eindhoven, het grootste dansorgel ter wereld. Ik dacht: dat moet ik hebben. Toen ik daar ging kijken, wilde de eigenaar zich ervan vergewissen dat mijn bedoelingen serieus waren, daarvan kon ik hem overtuigen."

"In Nederland is niet veel vraag meer naar de praktijk van het dansorgel of het draaiorgel. In Engeland zie je het nog veel, vooral op kermissen, als een vorm van entertainment. Vroeger zag je ze in België overal in cafés. Ik heb het over de periode vanaf halverwege de negentiende eeuw tot aan de Tweede Wereldoorlog. Het was traditie om op zondagen te gaan dansen. Toen de luidspreker in opkomst kwam, ebde de gewoonte weg. Momenteel is België de top als het gaat om automatische, mechanische instrumenten via midi. In Gent bestaat zelfs een robotorkest. Met delen daarvan ga ik in Zweden spelen, met trompet, saxofoon en Chinese woodblocks. Ondertussen ben ik opnames aan het maken met de Rhapsody, met het oog op een album dat ik wil realiseren. Daarnaast toer ik met drummer Joost Lijbaart en zangeres Sanne Rambags. Onlangs stond ik weer in het Orgelpark, nu met hen, waarbij ik ook twee orgels aanstuurde, waaronder weer The Busy Drone. Sanne had Joost en mij gevraagd voor een project in het kader van haar conservatoriumstudie in Tilburg. Joost heeft dat opgepikt en verder uitgebouwd, met een album en een tour als gevolg. Sanne is nog jong en studeert nu bij Susanne Abbuehl in Zurich. Zij heeft hoorbare invloeden, maar is heel puur en op zoek naar haar eigen stem, die intentie hoor je aan haar vocalen. We gaan met het trio ook naar het buitenland, zoals Mexico, China en India. In Nederland hebben we er veel succes mee."

"Ik improviseer live met midigitaar op de Rhapsody, dat is niet eerder vertoond. Mijn eigen composities zijn voorgeprogrammeerd, ik speel daar gitaar overheen, waar het orgel op reageert. Ook speel ik pure en vrije improvisaties. Feitelijk is mijn gitaar daarbij omgevormd tot een compleet orkest, inclusief percussie. Op The Busy Drone heb ik veel kunnen improviseren en heb ik bijvoorbeeld geëxperimenteerd met snelle ritmes. Dat was voor mij zeer opwindend en ik was helemaal in mijn element. In wezen is het draaiorgel een soort akoestische synthesizer."

"Het orgel wordt straks versleept naar Nijmegen, voor Music Meeting op 5 juni, en later naar Rotterdam, voor North Sea Jazz, waar ik drie dagen sta. Gelukkig is het instrument goed verzekerd. Het is het bezit van een particuliere eigenaar, een enorme liefhebber. Hij is niet direct betrokken bij de soort muziek die ik maak, maar staat open voor technologische vernieuwingen en vindt mijn aanpak interessant. Voor de kenner is het wellicht van belang om te weten dat de Rhapsody zeven meter lang en vijf meter hoog is, en achthonderd orgelpijpen bezit. Verder heeft het twintig registers, twaalf percussie-elementen en twee accordeons. Het instrument vertegenwoordigt een stuk Nederlandse cultuurgeschiedenis en staat aan het begin van de muziektechnologie. Ik zie mijn project als een ontmoeting tussen man en machine, waarbij ik oude en nieuwe klanken kan maken op een unieke manier. De standaardjazz heb ik achter me gelaten, hoewel ik mezelf nog wel als jazzgitarist zie. Dat zit hem bijvoorbeeld in de compositieopbouw, de melodieën en de akkoorden. Juist mijn studie van compositie heeft me enorm geholpen om mijn improvisatievaardigheden te ontwikkelen. Ik heb mijn achtergrond zeker meegenomen, maar zoek ook nieuwe invloeden. Met mijn midigitaar en de Rhapsody kan ik veel daarvan in praktijk brengen. Het leuke van de Rhapsody is, dat hij er nog goed uitziet ook."