Publicaties‎ > ‎

Bobby McFerrin concert

Bobby McFerrin, Concertgebouw Amsterdam, 27 mei 2014

Het is een beetje een melig deuntje, maar het nummer Don't worry, be happy  is dan ook atypisch voor zijn repertoire. Zanger Bobby McFerrin had er eind jaren tachtig een wereldwijde hit mee, en menigeen kan het lied nog zo nafluiten. Dat hij ook tien Grammy's op zijn naam heeft staan is minder bekend, maar tekent wel 's mans status. Nu krijgt hij ook nog de Concertgebouw Jazz Award, een oeuvreprijs voor alleen de allergroten. Als aankomend dirigent volgde hij lessen bij Leonard Bernstein, waarna hij gerenommeerde orkesten leidde. Uiteindelijk is McFerrin vooral jazzzanger en zijn het vocale improvisaties waarmee hij zich het meest onderscheidt. 

Vanavond in het Concertgebouw laat de virtuoze stemkunstenaar zich begeleiden door enkel een koor van achttien zangers. Dat is een beperking die bij dit optreden heel goed uitpakt, want de vertoonde veelheid aan stijlen zou met veel verschillende instrumenten een te gefragmenteerd beeld opleveren. Nu krijgt de uitvoering eenheid door de begrenzingen van de vocalen. En die bieden evengoed variatie genoeg binnen fysieke mogelijkheden. Soms is er verwondering over wat de zang vermag, anderszins zijn de klanken af en toe zo herkenbaar dat er massaal wordt meegezongen. Als je denkt dat de trukendoos nu wel leeg is, duikt er wel weer een nieuwe klankkleur op of een andere techniek.

McFerrin past een methode toe waarop hij patent lijkt te hebben en die hij tot in de perfectie heeft doorgevoerd. Hij zing afwisselend in het hoge en het lage register, waarbij het lijkt of er twee verschillende stemmen klinken die een tweegesprek met elkaar voeren. Daarbij begeleidt hij zichzelf ritmisch door op zijn borst te tikken. En ja, hij kan heel hoog en ja, hij kan heel laag. Voor McFerrin en de koorleden geldt dat ze hun bedoelingen soms kracht bijzetten door te fluiten, met de tong te klakken, met de vingers te knippen of te neuriën.

Het koor blinkt niet uit in klankschoonheid. Bij crescendo's of harde inzetten wordt de toon er bepaald niet mooier op en met zoveel stemmen zou je meer volheid verwachten. De meerstemmigheid komt niet altijd tot zijn recht. De sopranen zijn vrij dominant en aan het andere kant van het spectrum zijn het de bassen die sterk doorkomen. McFerrin neemt herhaaldelijk plaats in het koor, afwisselend bij de vrouwen en de mannen en klapt voor hen na elk nummer. Erg leuk dat hij korte, geïmproviseerde dialogen aangaat met ieder van de mannelijke koorleden. De klankmogelijkheden voor scats mogen dan niet oneindig zijn, McFerrin buit ze wel volledig uit. Hoewel hees in het hoog, klinkt zijn stem weldadig en herkenbaar en is zij een voertuig van acrobatiek. En die ene hit blijft achterwege, die zou vanavond wel erg atypisch zijn geweest.