Publicaties‎ > ‎

Bill Frisell Trio

Bill Frisell Trio, Bimhuis Amsterdam, 10 april 2014

Hij behoort tot de belangrijkste jazzgitaristen ter wereld, maar een ster is hij niet. Bill Frisell oogt meer als een goedmoedige oom die je zo nu en dan wat toestopt. Uiterlijk vertoon is sowieso vreemd aan de jazz, hoewel sommige jazzartiesten strak in het pak zitten. 

Frisell treedt vanavond aan in zijn trio met op drums Rudy Royston en op altviool Eyvind Kang. De eerste maten lijken vingeroefeningen en het duurt enige tijd voordat violist Kang een melodie inzet. De gitarist volgt. Daarna treedt er een kabbeling in die kenmerkend zal zijn voor het hele concert. De algehele indruk is er een van zouteloosheid. De nummers worden ook nog als één langgerekte suite aan elkaar geregen, waardoor je gedwongen wordt geconcentreerd te blijven luisteren. De ritmische variaties van slagwerker Royston staan betrekkelijk los van het spel van de snarenspelers en kunnen het energieniveau niet op een hoger plan trekken.

Dan barst ineens het geweld los, ingezet door Royston. Op dat moment lacht Frisell fijntjes naar de drummer, die later nogmaals zal ontketenen. Precies op het ogenblik dat gezapigheid troef lijkt, vindt er een dynamische wervelwind plaats. Kang volgt met veel vibraties op viool, maar de gitarist zelf kan het nauwelijks bijbenen. Zijn antwoord is even later een woeste riff, waarvoor hij een speciaal pedaal inzet en gebruik maakt van een loopstation. In een blues speelt hij prachtig getimede zingende tonen met veel ruimte tussen de noten. De meester straalt gezag uit, hij hoeft zijn virtuositeit allang niet meer te etaleren.