Publicaties‎ > ‎

Ado Broodboom

Interview Ado Broodboom, voormalig trompettist, 2 maart 2017

Hij was ongeschikt als kapper en bij een lijstenmaker bracht hij het niet verder dan diens onhandige hulpje, maar in de muziek werd hij legendarisch. Ado Broodboom (Amsterdam, 1922) kwam als jongetje op het spoor van de trompet dankzij een kamerhuurder van zijn moeder, die thuis op het instrument studeerde. Zijn moeder was een enorme stimulator. Toen hij vijftien was, kreeg hij een acteursrol als straatmuzikant, waarbij hij de trompet gebrekkig bespeelde. Dat veranderde snel, want hij nam muzieklessen en belandde via de muziekschool op het Conservatorium van Amsterdam. De jazz kwam in zijn leven door het draaien van 78 toerenplaten van Duke Ellington en Louis Armstrong, die zijn zwager bezat. Zijn carrière voerde langs vele landen en podia. Nu geniet hij van rust en enige familie, op zijn 94ste. Bert Vuijsje, eminence grise van de jazzjournalistiek, tekende zijn levensverhaal op in een boek, dat  eenvoudig Ado Broodboom trompet heet.

"Ik ben niet oud, ik ben stokoud", zegt Broodboom, "ik had het nooit kunnen denken." Dat er nu een boek over hem geschreven is, vindt hij prachtig, "hoe ouder ik word, hoe ijdeler."  "Het boek is goed gelukt. Ik heb de stenen aangedragen en Vuijsje heeft het metselwerk gedaan. Ik ben vaak geïnterviewd, maar hield intimiteiten altijd voor mezelf, nu komt de waarheid er helemaal uit. Met mijn geheugen heb ik veel geluk gehad, er werd mij al vaker gezegd dat ik eens mijn verhalen moest gaan opschrijven."

Dat geheugen gaat ver terug, zeker tot aan zijn kindertijd. "Ik zat op een Joodse school, daardoor had ik zowel de Joodse als de christelijke feestdagen vrij, dat had ik goed bekeken. In de oorlog werd iedereen die lid was van de Nederlandse Toonkunstenaars Bond aangemeld bij de Nederlandse Kultuurkamer, ik ook. Zo hielden de Duitsers het cultuuraanbod in de gaten. Soms werd je dan gecontroleerd. Later hoorden we dat er in de kisten met instrumenten ook wapens hadden gezeten."

"Mijn eerste concertreis in het buitenland was naar Zwitserland, we speelden daar in nachtclubs. De vuilnismannen zagen er netter uit dan wij, want we hadden kort na de bezetting geen kleren. Uit dekens werden concertkostuums genaaid. Kort daarna speelden we in Spanje, dat was nog ten tijde van Franco. We traden daar ook op in nachtclubs, naast arena's en stadions. De Spanjaarden waren weinig gewend, ze vonden het allemaal prachtig. We zijn toen nog bij een stierengevecht geweest waar Franco naast Eva Perón zat."

Broodboom heeft veel met saxofonist Kid Dynamite gespeeld, onder meer in het roemruchte Casablanca op de Zeedijk. Muzikaal klikte het echter nooit goed. "Als je als mens geen contact hebt, is het moeilijker in de muziek contact te leggen." Wel ging de trompettist met Kid Dynamite voor optredens naar Zweden, dat beviel goed. "Ik kreeg daar een aanbieding en ben vaker teruggeweest. De Zweedse meiden waren hét gesprek onder de muzikanten."

In 1960 vierde dagblad Het Vrije Volk een jubileum. Broodboom werd toen met collega's van de formatie Diamond Five gevraagd een orkest en programma samen te stellen voor een éénmalig optreden in Het Concertgebouw. "We hebben het allemaal bij mij thuis op de bank besproken. Er moest iemand voor het orkest komen te staan. Ik zei: er is er maar één die dat kan, dat is Boy Edgar. En zo geschiedde." Het was de geboorte van Boy's Big Band, die gedurende vijftien jaar een grote rol zou spelen in de Nederlandse muziekpraktijk.

The Ramblers waren een ander prominent orkest, waar Broodboom in de jaren vijftig al speelde. In de jaren zestig ging het orkest ten onder aan de opkomst van de popmuziek. Het laatste grote wapenfeit van de trompettist was een optreden in Carnegie Hall in 1974 onder leiding van Boy Edgar, met zangeres Gerrie van der Klei en Hans Dulfer. "We waren vreselijk nerveus, want hier kwam de jazz vandaan en we konden niet op tegen die Amerikaanse musici. Het was voor de 75ste verjaardag van Duke Ellington, maar die lag zelf in het ziekenhuis. Het publiek reageerde slap."

Broodboom werd drie jaren op rij door lezers van muziekblad Rhythme uitgeroepen tot beste trompettist. Zijn instrument klonk karakteristiek en overtuigend, vaak met demper. In 1980 stopte hij abrupt, wegens fysieke ongemakken. "Ik had geleerd om met weinig druk te spelen, maar je gaat toch persen om die hoge noot te halen. Uiteindelijk kreeg ik problemen met mijn mond en lippen, het was een technische kwestie. Eigenlijk was ik niet gebouwd voor het instrument. Nu kan ik alleen nog naar muziek luisteren, muziek is het enige echte medicijn. En zonder bijwerkingen." 

Ado Broodboom & Bert Vuijsje: Ado Broodboom trompet
Uitgeverij In de Knipscheer
ISBN 978 90 6265 949 4; 160 blz; € 29,50 (inclusief cd)